Zeeuwse schrijvers (168): Franca Treur

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 168: een nieuwe Franca Treur.

Wie zijn zij, wie zijn wij? Zij en wij bieden geen prettige aanblik in Franca Treurs spiegel. Een bescheiden goed voornemen hier en daar wordt snel weer gesmoord.

***************************************

Voor de spiegel
Franca Treur

door Mario Molegraaf

Wat zijn ze knap en wat zijn ze verschrikkelijk, de bondige, bittere, bijna bitse
verhalen van Franca Treur in ‘Slapend rijk’ (15,- euro/ gebonden/ prachtig geïllustreerd
door Olivia Ettema/ Uitgeverij Prometheus). Het genre dat zij, de
schrijfster van de befaamde Zeeuwse romans ‘Dorsvloer vol confetti’ en ‘Hoor nu mijn
stem’, in dit geval beoefent, is de zedenschets. Ze vangt de ziel van de mensen van
deze tijd, een beetje zoals Honoré de Balzac lang geleden deed in ‘La comédie
humaine’. Van komedie is bij Franca Treur geen sprake. Maar ook nauwelijks van
drama, want het is lastig mededogen te voelen met de meedogenloze types die het
boek bevolken. Verhalen zonder omwegen, zonder noemenswaardig decor, alleen de
mensen van vandaag, teruggebracht tot hun treurige essentie. Ze lijken griezelig veel
op onszelf. Voor de spiegel, maar dan niet met zaterdagavondglans doch in
maandagmorgengrauw.

Wie zijn zij, wie zijn wij? Zij en wij bieden geen prettige aanblik in Franca
Treurs spiegel. Een bescheiden goed voornemen hier en daar wordt snel weer
gesmoord. Vooral is men bedreven in zelfzuchtig afwegen. ‘Hij heeft niet voor niets
in haar geïnvesteerd,’ heet het als een seksueel avontuurtje begint. Maar ook na vele
jaren samen worden rekensommen gemaakt. Koert is met Janneke, maar later komt
ook Zoë in Koerts leven. Als Zoë meer wil, kiest hij voor Janneke, trots op zijn offer:
‘En omdat Janneke maar niet inzag welk offer híj dan precies bracht, legde hij haar
nog maar eens uit hoe hij voor hetzelfde geld een onbezorgd leven had kunnen
hebben met die leuke, vrolijke Zoë.’

Voor hetzelfde geld! Franca Treur blinkt uit in openingszinnen die slechts in
één fatale richting wijzen en in slotzinnen waarin de slagboom definitief dichtgaat.
En daartussen gaat het over de schrale dromen van moderne mensen, die zelfs in de
liefde schipperen: ‘Mensen als zijzelf klampen zich vast aan de eerste de beste met
maar een beetje interesse.’ Proza dat ontmaskert en pijn doet. Dat schampere lachje
geldt jou en geldt mij.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *