Zeeuwse schrijvers (166): Marie-Cécile Moerdijk

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 166: Marie-Cécile Moerdijk.

Van  bladzijde een tot bladzijde laatst zwelgt ze in Zuiddorpe. Ze geeft zelfs uitleg over het lokale dialect, pardon de plaatselijke taal, ’t Siedurps.

Onder de linden
Marie-Cécile Moerdijk

door Mario Molegraaf

Wat zou ik hem graag nog eens overdoen, die allereerste zoen. Het was op een
straathoek, een heel koude avond. Wat zou ik hem graag nog eens schrijven, die
allereerste liefdesbrief. Ik weet nog aan wie, hetzelfde meisje uit mijn dromen als van
de eerste kus. Ze blijven woelen en woeden, ook na veertig jaar, dat dubieuze duo
weemoed & nostalgie. Zeker ook bij Marie-Cécile Moerdijk, schrijfster en zangeres,
jaargang 1929. ‘Onder eeuwenoude lindenbomen/ ligt ons dorpje rustig te dromen/
en ieder die ’t kent wil er graag komen’, dicht ze. Alleen kent niet iedereen het
plaatsje dat zij in zulke verzengende termen beschrijft: Zuiddorpe, nabij Axel, diep in
Zeeuws-Vlaanderen.

Nergens is het zo mooi, in haar ogen. En ze heeft ijzersterke argumenten in
haar gedicht: ‘Hier heeft mijn vader me zijn naam gegeven./ Hier heb ik mijn eerste
kus gekregen,/ mijn eerste liefdesbrief geschreven’. Eenkennig is ze trouwens niet, ik
kwam ook een geestig gedicht van haar tegen over het mosseldorp Philippine: ‘If you
go to Philipien/ with your wife (or clendestien)/ You will meet the musselquien’. En
mosselen zijn stukken beter dan ‘morfien, medicin or aspirien’.

Het duo weemoed & nostalgie liet zich het fanatiekst gelden in haar in 1987
verschenen boek ‘Onder de linden’. Het zal duidelijk zijn waar die linden staan. Van
bladzijde een tot bladzijde laatst zwelgt ze in Zuiddorpe. Ze geeft zelfs uitleg over
het lokale dialect, pardon de plaatselijke taal, ’t Siedurps. Het is ook de plaats van het
lekkerste eten, ze onthult het recept van de Zuiddorpse vlaai, waarnaar ze in Brabant
en Limburg jaloers zullen kijken.

Niet alleen daarom is ‘Onder de linden’ verrukkelijke literatuur. Dat danken we
ook aan de verhalen over het landelijke leven, de bijnamen, de ‘zesentwintig
stamineekes met vergunning’ in het dorp, de vereerde Bovenmeester (met
hoofdletter), haar P’pa en haar M’ma. Heel de kosmos van Zuiddorpe. Met zoveel
genegenheid beschreven dat je onmiddellijk zelf terug wilt, terug naar je jeugd, of
eigenlijk het paradijs waarin weemoed & nostalgie die hebben omgetoverd.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.