Een muur van water

‘Ik zag niets anders dan een woedende zee’

Vier ijskoude nachten bracht Teuntje de Haan (toen 3) met haar moeder en broertje door op de zolder van hun ondergelopen huis in Nieuwe-Tonge. Haar vader ging op pad om mensen te helpen en kwam nooit meer terug.

Ze vertelt haar verhaal in het boek ‘Een muur van water’.

door Kirsten Zwanenburg

Het is zaterdagnacht 31 januari 1953 als de storm in Nieuwe-Tonge almaar verder aanwakkert. De pastorie waarin familie De Haan woont, een stevig en sterk huis, kraakt in zijn voegen. Midden in de nacht gaat de bel. Piet de Haan, de vader des huizes, moet naar Battenoord – de dijk zou gevaar lopen. Zijn vrouw Corrie waarschuwt hem voorzichtig te zijn. ,,Ik zal uitkijken. Ga jij maar rustig slapen”, zegt hij geruststellend, terwijl hij haar een zoen geeft. ,,Voor je het weet ben ik weer thuis.”

In het duister gaat hij de storm in, met zijn lange leren jas en de trui die zijn vrouw voor hem heeft gebreid. Zij kijkt hem na door het raam tot hij uit het zicht is verdwenen.

foto Marlies Wessels

Het beeld werd voor altijd in haar moeders geheugen gegrift, vertelt Teuntje de Haan. Precies 65 jaar geleden werden zij en haar broertje Arnold (toen 5) die nacht door hun moeder gewekt. ,,Ik liep naar het raam en zag niets anders dan een zee van zwart water met woeste, witte schuimkoppen. Onze poes, die in het lege kippenhok sliep, krijste onbedaarlijk. Beneden dreven onze schoenen in het water in de gang.”

Vanwege het stijgende water neemt haar moeder de kinderen en hun hond Nero mee naar de zolder. Buiten vriest het. De ijsbloemen staan op de ramen van het onverwarmde huis. ,,Om een beetje warm te blijven, kropen we met zijn drieën dicht tegen elkaar aan. We hadden geen idee wat ons te wachten stond.”

Vier dagen brengen ze door op zolder, met amper eten en slechts één emmer die gevuld is met water uit de stortbak van het toilet. Contact met de buitenwereld is er niet. ,,Alsof de tijd ons vergeten was, zo gingen de dagen voorbij”, vertelt De Haan. ,,Ik vermaakte me met mijn poppenwagen en mijn broertje had een driewieler. Op de enorme zolder fietsten we eindeloos rondjes met Nero in ons kielzog. Het móést van mijn moeder, om warm te blijven, ook al hadden we geen zin en waren we moe van de kou, honger en dorst.”

,,Om beurten hielden we de wacht voor het zolderraam, uitkijkend naar mijn vader. We zagen wrakhout en meubels voorbij drijven, maar ook dode koeien, varkens en een paard. Er kwamen boten langs met reddingswerkers. Soms was er iemand bij met een leren jas. Dan maakten we een vreugdedansje. Dichterbij bleek het steeds weer iemand anders te zijn. Toch twijfelden we er geen moment aan dat mijn vader zou terugkomen.”

Evacuatie

Op woensdagmiddag wordt er eindelijk op de deur gebonsd. Het zijn militairen, die de familie komen evacueren met een boot. ,,Ik herinner me nog goed dat onze hond niet mee kon”, vertelt De Haan. ,,Mijn moeder zei: ‘Nero moet hier blijven en op het huis passen.’ Hij mocht niet mee wegens besmettingsgevaar. Zonder mijn vader, Nero en de poes lieten we het huis achter en voeren we met zijn drietjes het onbekende tegemoet.”

De familie wordt naar Ahoy in Rotterdam gebracht. Medewerkers van het Rode Kruis delen knuffels uit aan de kinderen. ,,Tot de dag van vandaag staat-ie op mijn nachtkastje”, zegt De Haan, terwijl ze frunnikt aan een versleten teddybeer met één oog.

Haar vader heeft ze nooit meer teruggezien. Zijn lichaam werd na zes weken gevonden in een sloot.

,,Hoewel ik heel jong was, herinner ik me mijn vader en de watersnood wél.” Ze bundelde haar herinneringen en die van haar moeder, uitgebreid met informatie van ooggetuigen in het boek Een muur van water.

Teuntje de Haan: Een muur van water – Uitgeverij Querido, 376 pagina’s, 21,99 euro.

*********************

 

Dit bericht is geplaatst in Ramp 1953 met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.