Zeeuwse schrijvers (165): Gertie Evenhuis

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 165: Gertie Evenhuis.

Een burgemeester heeft als  leus: ‘Een dam zonder sluis/ voor Veere een kruis.’ Maar zelfs voor hem wijken de  plannenmakers niet.

Zie de Ve 20 al?
Gertie Evenhuis

door Mario Molegraaf

Democratie is een geweldig ding, roepen de politici. Vele partijen schermen met de
term, en je had vroeger de Deutsche Demokratische Republik. Tot de demos zich
roert, tot het volk iets anders wil dan de volksvertegenwoordigers. Dan wordt
resoluut de democratie gesmoord tot louter een mooi woord. Zo gaat het vandaag, zo
ging het in het verleden. In verschillende boeken van Gertie Evenhuis (1927-2005)
richten in het nauw geraakte Zeeuwen zich tot Den Haag. Een burgemeester heeft als
leus: ‘Een dam zonder sluis/ voor Veere een kruis.’ Maar zelfs voor hem wijken de
plannenmakers niet.

Gertie Evenhuis behoort, ook als je haar boeken tegenwoordig leest, tot onze
grootste jeugdboekenschrijvers. Natuurlijk, je beziet haar werk tegenwoordig anders
dan indertijd. Wat zij actueel en educatief bedoelde, is nu vooral historische
merkwaardigheid. Maar een boek als ‘Verdreven vloot’ (1962) leg je niet onverschillig
weg. Zij was een import-Zeeuw, meegekomen met haar man, ds. W.S. Evenhuis,
tussen 1955 en 1965 predikant te Biervliet. Haar nieuwe omgeving werkte
inspirerend. In ‘Avontuur aan de grens’ (1958) vertrekt, net als de schrijfster zelf, een
jongen vanuit Groningen naar Zeeuws-Vlaanderen: ‘Daar hoor je dag en nacht het
dreunen van de Schelde’. Er zijn ook smokkelaars, en dat betekent uiteraard
avontuur. ‘Boot zonder water’ (1960) biedt onder meer een cursus oesterkweken voor
beginners: ‘In mei en juni legden de oesters hun honderdduizenden eitjes op de
kieuw van de moederoester.’

Haar meesterwerk blijft ‘Verdreven vloot’, over de vissers van Veere die hun
toegang tot de zee verliezen. Als het boek begint, wordt vanaf twee kanten gebouwd,
vanaf Walcheren en vanaf Noord-Beveland, maar de dam heeft nog een gat. Daarin
verschijnen elke middag de vissersschepen aan de horizon: ‘Zie je de Ve 20 al?’ De
titels van de hoofdstukken vatten de verwikkelingen samen: ‘Van Deltaplan en
Waterstaat’, ‘De vaders gaan naar Den Haag’ en ‘De laatste boten door het Veerse
Gat’. De Ve 20 is nooit meer te zien, prachtig die democratie, of toch niet misschien?

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *