Nehalennia, winter 2017

‘Nehalennia’, het kwartaaltijdschrift van de Zêêuwse Dialect Verênigieng, is op zulk luxe papier gedrukt, dat mijn potlood er geen vat op krijgt. De uitroeptekens en aantekeningen die ik in de marge zet, zijn nauwelijks leesbaar. Dat neemt niet weg dat het periodiek er elke keer waar als een heuse ‘glossy’ uitziet. Daar mag je als vereniging trots op zijn. Ik was benieuwd of het historische karakter gehandhaafd zou blijven nadat de Werkgroep Cultuurhistorie van het Zeeuws Genootschap was afgehaakt. Dat lijkt het geval. Hoewel de overname van een hoofdstuk uit een in 2005 verschenen boek over de watersnood in Kruiningen me wel verbaast. Was er dan toch gebrek aan copy?

Ik beperk me hier tot de historisch getinte artikelen. Jaco Simons heeft het vriendschapsboekje van Anna van Ceters ontdekt. Het dateert van circa 1617. Simons was al vertrouwd met de familie: in 2014 schreef hij een artikel over kasteel ’t Huys te Gapinge van Aarnout van Ceters. Anna is de dochter van de kasteelheer. Het album amicorum was populair vanaf circa 1550. Onder min of meer ‘geleerde’ jonge mannen. En onder vrouwen. Simons: ,,Al snel werd het album amicorum ook onder jonge adellijke vrouwen mode om een boekje bij te houden waarin gedichten, liederen, tekeningen en spreuken van vrienden werden verzameld. De jonge dames deden dit om gelijkgestemden te vinden, herinneringen vast te leggen en om te flirten. Zo vormden zij hun identiteit en konden zij zich presenteren.” Tegenwoordig hebben we het over een poëziealbum of een vriendenboekje.

Anna leefde van 1600 tot 1639. Haar boekje telt 200 pagina’s met daarnaast zestien prenten. Het geheel bevindt zich in de collectie van het Koninklijk Oudheidkundige Genootschap en wordt bewaard in het Rijksmuseum in Amsterdam. Simons kwam sonnetten, gedichten en spreuken tegen.

De opkomst, bloei en teloorgang van de haven van Veere wordt beschreven in het artikel ‘Europoort van het Habsburgse Huis’ van J.H. Midavaine. De watersnood van Kruiningen is al genoemd. Daarin is sprake van ‘grote hoeveelheden vruchtbare landbouwgrond’ die in zee verdwenen. Ook de op drift geraakte veerboot komt aan bod.

Jan Bethlehem buigt zich over de Zeeuwse heilswens ‘kielen, wielen, rand om ’t land’. De spreuk duikt in 1844 op in de Middelburgsche Courant en was in 1835 opgenomen in ‘Vaderlandsche spreekwoorden en zegswijzen’ van J.P. Sprenger van Eyk. De hele 19e en 20ste eeuw wordt de wens opgenomen in woordenboeken, de ‘Handelingen der Staten-Generaal’  en in literaire (jeugd)werken, zoals van Pieter Louwerse (zie cover). Iedereen dacht dat het om een echte, bijna vergeten zegswijze ging. Dat maakt de conclusie van Bethlehem des te leuker.

Kees Slager schrijft over het verdwijnen van het Thoolse dialect. ,,Goedbeschouwd”, zegt hij, ,,zijn we dan ook getuigen van de ondergang van iets dierbaars, iets dat eeuwenlang een vanzelfsprekendheid op het eiland was: onze streektaal. Ietwat overdrecven kun je ons, dialectsprekers, vergelijken met de passagiers van de Titanic – we weten dat het schip zal vergaan, maar we weigeren ons er bij neer te leggen.”

Nehalennia, tijdschrift van de Zêêuwse Dialect Verênigieng, aflevering 198, winter 2017.

 

Dit bericht is geplaatst in Tijdschriften met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *