Tijdschrift Zeeland, december 2017

Dat er een standbeeld van de Zeeuwse waterstaatsingenieur Johannis de Rijke in het Japanse Nagoya staat, dat weten we wel. Minder of zelfs helemaal niet bekend is dat er in Xiamen – aan de Chinese kust tegenover Taiwan – een andere Zeeuw wordt geëerd: de in Vlissingen geboren Johannes Abraham Otte (1861-1910). In 2008 kreeg hij  een standbeeld, twee jaar later ook een buste.

door Jan van Damme

In het decembernummer van het tijdschrift ‘Zeeland’ van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen wijdt Huub de Jonge een ruim artikel aan de vergeten Zeeuw: ‘Het Hemelse Rijk van John Abraham Otte’. De Jonge (Oostburg, 1946) was tot voor kort als antropoloog verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Johannes Otte zal waarschijnlijk nog net bewuste herinneringen aan Vlissingen hebben gehad. Zijn vader was er bakker. In 1867 emigreerde het gezin naar de Verenigde Staten. ,,De bakkerij in Vlissingen liep niet goed en de ouders hadden onvrede met de verdeeldheid in gereformeerd Nederland”, schrijft De Jonge. In Grand Rapids sloot het gezin zich aan bij de Amerikaanse Gereformeerde Kerk. Johannes, die inmiddels John werd genoemd, ging medicijnen studeren. Zo raakte hij betrokken bij het medische zendingswerk. In 1888 werd hij met zijn vrouw Frances Phelps naar Xiamen uitgezonden. Tachtig kilometer landinwaarts bouwde hij een ziekenhuis met ruimte voor vijftig bedden, hij was zowel architect als bouwmeester. Acht jaar later, in 1896, mocht hij in Xiamen een mannen- en een vrouwenhospitaal bouwen.

Na de vestiging van de Chinese Volksrepubliek in 1949 werd alles wat westers was taboe. Ottes graf werd vernietigd en zijn reputatie werd besmeurd. Begin deze eeuw volgde onverwacht de rehabilitatie. De Zeeuwse Amerikaan wordt nu geëerd voor zijn verdiensten als geneesheer en architect. Zijn zendingsactiviteiten worden verzwegen, die liggen ook in het hedendaagse China nog gevoelig.

Historicus Jan Zwemer duikt in de ‘Gemengde Berigten’ van de Zierikzeesche Nieuwsbode in het derde kwart van de 19e eeuw. In dit artikel richt hij zich op de verhouding stad platteland: ,,In de historische literatuur staat het derde kwart van de negentiende eeuw immers bekend als de periode waarin de elite op het welvarender wordende platteland zich begon af te zetten tegen de stad. Tevens zijn gegevens opgenomen uit de Gemengde Berigten over de sociale verhoudingen op het platteland: die kwamen juist door deze toenemende welvaart in beweging.” Zwemer nam zes jaargangen volledig door: 1859, 1862, 1865, 1868, 1873 en 1876. Hij noemt de (anonieme) berichten ‘thermometer van de maatschappelijke ontwikkelingen’.

In de rubriek ’t Is vol van schatten hier over de verzamelingen van het Genootschap wordt aandacht besteed aan twee Schotse munten en de schedel ‘van een neger in ’t Fransche hospitaal te Middelburg gestorven’ (schenking 1806).

Zeeland. Tijdschrift van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, jaargang 26, nummer 4, december 2017.

Dit bericht is geplaatst in Tijdschriften met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *