Zeeuwse schrijvers (161): Ingo de Moor

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 161: Ingo de Moor.

Het is poëzie van zelfvermaning, de dichter houdt zich voor hoe je leven moet, ‘Soek die geluk’ heet een gedicht zonder meer. Het geheim is misschien blijven jagen op ‘die ene verschijning/ die alles verheft boven/ de dagelijkse tred.’

*********************

Soek die geluk
Ingo de Moor

door Mario Molegraaf

Wolken, dat lijkt het sleutelwoord in de poëzie van Ingo de Moor, zeker in het pas
verschenen Het gerucht van de stilte (72 pag./ €19,50/ Liverse). Hij haalt regelmatig
de krant, zij het niet als wolkenzegsman maar als tunnelwoordvoerder. De Moor is de
pr-man van de Westerscheldetunnel. Maar sinds zijn debuut Op de huid van de ziel,
uit de zomer van 2007, heeft hij ook als dichter soms van zich laten horen.

‘Witte wolken’ heet een gedicht uit zijn nieuwe bundel, maar we komen ook
een ‘Wat de wolken zien’ tegen, een ‘Wanneer een wolk sterft’, en daarbij blijft het
niet. Waarom is Ingo de Moor zo in de wolken? Omdat wolken een tussengebied
zijn, tussen laag en hoog, tussen het zware en lichte, een onmogelijke mogelijkheid,
een even verzoende tegenstelling. ‘Laat er aarde zijn/ onder mijn voeten’, verzucht
hij. Maar evengoed moet er hemel zijn, voor ‘de vlucht van engelen’.

Het is poëzie van zelfvermaning, de dichter houdt zich voor hoe je leven
moet, ‘Soek die geluk’ heet een gedicht zonder meer. Het geheim is misschien
blijven jagen op ‘die ene verschijning/ die alles verheft boven/ de dagelijkse tred.’
Het zal duidelijk zijn: de gedachten gaan deze gedichten steeds meer overheersen.
Maar de werkelijkheid gaat zeker niet helemaal in wolken op. Hij blijft dichten over
zijn favoriete stad: Antwerpen. Zoals hij blijft dichten over zijn favoriete platteland:
Zeeland. In Op de huid van de ziel bezong hij een inlaag, Zeeuwser kan het niet:
‘Achter de dijk/ ligt te slapen/ het zuivere geluk,/ diep in het veen./ Wie wil graven/
in het verleden/ delft zijn toekomst op’. Weer zoekt hij de paradox, net als in de titel
van zijn bundel Wat rest is een dag die niet blijft (2009). Waarin we het gedicht
‘Nazomer in Zeeland’ vinden. De oogst is halfweg, ‘gedorst het graan,/ staan
suikerbieten te dromen.’ En waarvan dromen ze volgens Ingo de Moor? Jawel, ‘van
wolken in de verte’.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Zeeuwse schrijvers (161): Ingo de Moor

  1. M.Vreeke schreef:

    In 2011 verscheen het boek ,,Vlaggenstokken van de Abdij“ debuutroman van Ruud Halberg. ( zeeuw )
    Jan van Damme schreef een mooie recensie in Zeeuws geboekt. Dit boek heeft verder geen enkele kans gehad.Wellicht is dit iets voor de rubriek Zeeuwse schrijvers?
    Met vr.gr.
    M.Vreeke

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *