Zeeuwse schrijvers (160): Truitje Bosboom-Toussaint

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 160: Truitje Bosboom-Toussaint.

Illustratie: Bosboom-Toussaint op een prent van A.J. Ehnle, rond 1840.

 

************************

Verdronken in historie
Truitje Bosboom-Toussaint

door Mario Molegraaf

Voor mij was zij slechts een naam uit een schoolboek. Een mooie naam, Truitje
Bosboom-Toussaint, met natuurlijk jaartallen erbij, 1812-1886, en een paar
boektitels. Ik schaam me over zoveel onwetendheid als ik lees hoe Marita Mathijsen,
specialiste bij uitstek, haar introduceert: ‘Er is maar één vrouw van importantie in de
negentiende-eeuwse letterkunde.’ De importante dame, Truitje dus, schreef enkele
keren over Zeeland. In de uitgebreide roman Leycester in Nederland bijvoorbeeld,
gewijd aan de graaf van Leicester die, namens Engeland, Holland en Zeeland kwam
helpen in de strijd tegen Spanje. In 1585 arriveerde hij in Vlissingen.

In de roman vallen de namen veelvuldig, de namen Axel, Middelburg, Veere
en vooral Vlissingen. Maar opnieuw blijft het bij namen. Wat verwacht je van
literatuur over Vlissingen? Dat je de zee bijna ruikt, dat je haast stuivende druppels
branding in je gezicht voelt. Niets van dat al, de schrijfster koos er bewust voor over
zulke details te zwijgen. ‘Het is zeker dat ik u nog niet heb gezegd, langs welke
straten van Vlissingen de stoet heentrok, en het is even zeker, dat ik het u niet zeggen
zal’, meldt ze. Haar aandacht geldt, en dat is fataal voor het verhaal, ‘het doel en de
betekeenis’ van Leicesters intocht, plus ‘de onderlinge verhouding der personen.’

Een ander Zeeuws werk, Het Kasteel Westhoven in Zeeland, verdrinkt ook
vrijwel in de historie. Gelukkig is er in dit geval een béétje realiteit, heeft ze in elk
geval kasteel en omgeving bekeken. We zijn een prettig moment ‘op het bloeiende
eiland Walcheren’, ruiken op het terrein ‘geuren van de heerlijkste bloemperken’.
Het kasteel, te oncomfortabel voor bewoning, was indertijd maar nét gered: ‘Reeds
stond de sloper op den uitkijk.’ Maar afgezien van letterlijk een eigentijdse voetnoot,
die ook letterlijk een verademing is, staat de kalender in dit werk op 1587 in plaats
van op 1877. Op die manier blijft Truitje Bosboom-Toussaint voor mij enkel een
naam, plichtmatige literatuurhistorie in plaats van levende letteren.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.