Wim Hofman (73): Frambozendansje

Wim Hofman (1941) is schrijver, illustrator, kunstenaar. In zijn rubriek in de PZC geeft hij wekelijks een proeve van zijn kunnen: in woord en beeld. Die PZC-column wordt elke woensdag op Zeelandgeboekt geplaatst. Eind 2016 verscheen een selectie van zijn columns in boekvorm: Bramen plukken.

Tootje had een witte strik die aan een plukje haar gebonden was, een soort staartje dat op en neer huppelde. Meisjes hadden toen vlechten of staartjes. Daarmee konden ze snel de hemel in getrokken worden.

Frambozendansje

door Wim Hofman

Toen we onlangs in een tuin bezig waren met het opbinden van frambozenstruiken, dacht ik aan andere frambozenstruiken in mijn leven. Zo gaat dat als je ouder wordt. Je ziet één ding en dat veroorzaakt een sliert aan herinneringen.

Ik was nog jong, een jaar of vijf en ik was met mijn nichtje Tootje die ongeveer even oud was als ik in de tuin van meneer Jaspers. Er stonden frambozenstruiken en die waren veel hoger dan wij. Er hingen mooie rode frambozen aan en die kon je blijkbaar eten. We begonnen dus allebei een framboos te plukken. Ik weet niet meer wie begon. Maar na een eerste framboos namen we een tweede en we keken naar elkaar en deden ‘mmm…’ en we maakten er een rondedansje bij. Tootje had een witte strik die aan een plukje haar gebonden was, een soort staartje dat op en neer huppelde. Meisjes hadden toen vlechten of staartjes. Daarmee konden ze snel de hemel in getrokken worden. Ze kwamen zo eerder in de hemel dan jongens, die geen staartjes hadden.

Aan de hemel verschenen donkere wolken en er vielen dikke lauwe druppels en daardoor dansten we misschien nog harder en frambozen met regenwater erop smaakten ook lekker. Maar er waren lichtflitsen en er klonk gerommel van donder en daarom gingen we maar in het kippenhok van mijnheer Jaspers. Het kippenhok was groen aan de buitenkant, maar wit van binnen. Dat lag voor de hand. De kippen waren ook wit, maar ze waren wild. Misschien waren ze bang voor het onweer. Ze gingen in de kippenren in de regen en werden later wat kalmer en maakten klaaglijke geluiden. Wij deden ze na, al stonden wij lekker droog in het hok. Heel veel harde regendruppels kletterden op het dakje.

Mijn moeder verbood ons later nog ooit in het kippenhok gaan. ‘Je hebt het hart niet…  Het is bovendien erg gevaarlijk om als het onweert in een kippenhok te gaan. En de kippen zijn van mijnheer Jaspers en misschien zijn ze nu helemaal overstuur en van de leg.’ Bovendien kreeg je van kippenhokken luizen. En van meneer Jaspers’ frambozen moesten we ook afblijven, al waren ze nog zo lekker.

Dit bericht is geplaatst in Columns met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.