Zeeuwse schrijvers (159): Ben van den Aarssen

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 159: Ben van den Aarssen.

Jonge dichters zijn doorgaans ouwe zeuren. Ik herinner me beschaamd mijn eigen probeersels, gelukkig van de aardbodem verdwenen, alleen liggen er nog een paar bij het meisje dat destijds De Ene was. Bij mij was het altijd doodtij, bij Van den Aarssen zien we de jeugd in volle vloed.

Let’s go stoned
Bennie van den Aarssen

door Mario Molegraaf

Wat een bruisende gedichten! Het is 1979 wanneer Bennie van den Aarssen Je neus  achterna publiceert. Ondanks het poëtische geweld veroorzaakt de bundel geen
rimpeling in het literaire landschap. Achteraf gezien jammer, je voelt nog altijd
windkracht zoveel wanneer je dit debuut opslaat. Nooit was Tholen zo stormachtig.
Achterin staan gegevens over de auteur: ‘op 8 juni 1956 geboren te Tholen, Zeeland.
Hij gaat verliefd en een tikkeltje stoned door de dagen. Hoopt op een lang en
gelukkig leven met veel zonneschijn.’ Volgt nog een adres, een straat in Tholen.

Op precies hetzelfde adres dat Bennie van den Aarssen bijna veertig jaar  geleden opgaf, vinden we nu Tekstbureau Ben van den Aarssen. Zoveel stabiliteit is
enigszins, eigenlijk méér dan enigszins in strijd met de bewogen toon van de  gedichten. Bennie, die Ben is geworden, schrijft tegenwoordig sportverslagen, ook
voor deze krant. Hopelijk blikt hij toch een beetje trots terug op Je neus achterna.
Jonge dichters zijn doorgaans ouwe zeuren. Ik herinner me beschaamd mijn eigen probeersels, gelukkig van de aardbodem verdwenen, alleen liggen er nog een paar bij
het meisje dat destijds De Ene was. Bij mij was het altijd doodtij, bij Van den Aarssen zien we de jeugd in volle vloed. Hij lijkt een kruising tussen Hans Verhagen
en Jules Deelder. Er zijn nuchtere notities als: ‘God liet een scheet, daar lag Tholen!’ Of hij haalt juist uit met: ‘Maanzee!/ Maanzee!/ Je glimmert & zuigt/ Tholen, Moeder — / Wij oorringen de hemel/ hier vannacht!’

Er zijn meer Zeeuwse verwijzingen, maar het bestaan van de dichter is werelds en ruim, deels vanwege de geestverruimende middelen. ‘Let’s go stoned’ noemt hij een gedicht en de joints gaan openlijk rond. Jonge dichters plegen namaak te leveren, would-be, maar hier zie je echte poëzie. Zoals een verrukkelijke chips-rapsodie: ‘Chips!/ Chips!/ Je bevrucht onze buiken.’ Ik zal voortaan Ben van den Aarssens berichten over ZSC’62 of Duiveland extra aandachtig lezen. Op zoek naar een ondeugend en onstuimig spoor van Je neus achterna.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.