Portret: Joep Bremmers

Dankzij Simon Vinkenoog voelde ik me jaren jonger
Portret Joep Bremmers

Joep Bremmers in Vlissingen is bejubeld bezorger van het werk van Simon Vinkenoog en Hans Verhagen. ,,Van de energie van Vinkenoog kon je drinken.”

Joep Bremmers – foto Lex de Meester

door Jan van Damme

Een Limburger. Joep Bremmers, je zou het niet zeggen, zijn g klinkt hard genoeg, daar wek je in Vlissingen geen achterdocht mee. Maar toch: ,,Mijn ouders komen uit Limburg. Mijn moeder uit Hoensbroek, mijn vader uit Heerlen. Hij werkte bij de mijnen, bij DSM, bovengronds. Eind jaren zestig zag hij het daar met de mijnsluitingen verkeerd gaan en solliciteerde bij Hoechst. Zo kwamen ze in Vlissingen terecht, waar ik werd geboren. Thuis spraken we altijd Limburgs. Ik ben tweetalig opgevoed. Met mijn paar jaar oudere broer Giel praat ik Limburgs. Als hij er is, wordt m’n g in het Nederlands zacht, een harde g brengt dan een ongemakkelijke schaamte met zich mee. Ik vind het heerlijk om naar de carnavalsoptocht in Heerlen te gaan, dan ben ik meteen Limburger met de Limburgers. Die taal, het is het grootste cadeau dat ik van mijn moeder heb gekregen.”

Joep Bremmers – foto Lex de Meester

We treffen hem thuis in de Prinses Irenelaan. Onder de boulevard, de Sardijntoren staat dichtbij. Bremmers laat zich herkennen aan zijn van bladmotieven voorziene overhemden. ,,Leuk dat ze opvallen”, zegt hij. Het blijkt om Paisleyoverhemden te gaan, die populair waren toen vijftig jaar geleden de hippies de wereld veroverden. Zijn lange haar lijkt ook uit die tijd overgeleverd.

Dat je bij Bremmers meteen aan Simon Vinkenoog en Hans Verhagen moet denken, is zijn eigen verdienste. Vinkenoog en Verhagen, grote dichters, grote kunstenaars die in de roerige jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw boven kwamen drijven en sindsdien Nederland kleur hebben gegeven. Bremmers heeft de poëzie van zowel Vinkenoog als – recent – van P.C. Hooftprijswinnaar en geboren Vlissinger Verhagen verzameld en uitgegeven. Vinkenoog ruim twaalfhonderd pagina’s. Voor Verhagen had hij zevenhonderdvijftig pagina’s nodig. Voor beide uitgaven oogstte Bremmers lof, veel lof.

Nu werkt hij aan de biografie van Vinkenoog. Ook al zo’n megaklus. Twee biografen gingen hem voor, zij beten hun tanden stuk op de in 2009 overleden dichter en voordrachtskunstenaar. Bremmers: ,,Mijn voordeel is dat ik er ben ingegroeid, omdat ik met hem bevriend was. Vinkenoog heeft een gigantisch archief nagelaten. Bijna negen levens in één. Een biograaf moet over enige rijpheid beschikken. Toen me vorig jaar werd gevraagd de biografie te schrijven, had ik het gevoel er klaar voor te zijn. Ik heb volmondig ja gezegd.”

We gaan nog even terug naar het begin. Geboren in een flat in de Van Raaltestraat, opgegroeid in de Verdilaan – toen een nieuwe wijk. Er woonden nauwelijks Zeeuwen, wel veel mensen die van buiten de provincie kwamen en in het Sloegebied werkten. In de straat was een Frans schooltje, speciaal voor de kinderen van de werknemers van Pechiney.

,,Toen ik vijf jaar was, overleed mijn vader aan kanker. Op 1 januari 1976. Mijn broer en ik waren opeens met mijn moeder alleen. Zij heeft het zo fantastisch gedaan. Nu ik zelf twee kinderen heb zie ik hoe zij de moed heeft gehad om door te gaan. Als je vijf bent, ga je geleidelijk het definitieve karakter van de dood onderkennen. Ik heb toen een knop in mijn hoofd omgezet: alles, ik wil alles onthouden. Mijn herinnering gaat terug tot mijn derde jaar. De vakantie op een vakwerkboerderij in Noorbeek, de periode dat mijn vader in het ziekenhuis lag. Hier aan de muur hangt een schilderij van Hans Verhagen. Je ziet een jongetje van vijf, vrolijk en blij. Maar als je zijn ogen ziet – die doen me aan mezelf denken. Het is één van Verhagens mooiste schilderijen.”

Gelauwerd samensteller van verzamelde werken. Onlangs nog één van de genomineerden voor de Zeeuwse Boekenprijs. Dat doet een boekenjeugd vermoeden.

,,School interesseerde me niet erg. Ik ben zeer leergierig, maar niet in een schoolse omgeving. In tegenstelling tot mijn broer, die een universitaire titel heeft. Aan de Sint Paulusmavo heb ik alleen maar slechte herinneringen. Er waren daar strenge onderwijzers, ik was bleu. A kwadraat plus b kwadraat is c kwadraat, dat leerden we bij economie. Voor straf moest ik dat honderd keer schrijven. Elke keer als ik het strafwerk niet had gemaakt, verdubbelde het aantal. Op een gegeven moment had ik vijfentwintigduizend strafregels. Op Toorenvliedt in Middelburg heb ik de mavo gehaald. Een school voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden. Ha, dat zullen mijn zoons leuk vinden om te lezen. Er hing daar een vrije sfeer. Een leraar als Leen van Duivendijk kwam net uit de hippietijd. Als het regende keken we in het koetshuis naar video’s van Frank Zappa en Woodstock. Daarna heb ik de avond-havo gedaan. Je groeit op met het idee dat diploma’s belangrijk zijn. Misschien is dat ook zo.”

Verrassend genoeg ontpopte middelbare scholier Joep Bremmers zich al als schrijver en uitgever.

,,Geschiedenis heeft me altijd geïnteresseerd. Op mijn elfde ging ik voor het eerst naar het Vlissings stadsarchief en het Zeeuws Documentatiecentrum in Middelburg. Bunkers waren toen nog geen monumenten. Ik realiseerde me dat het erfgoed was dat behouden moest blijven. Er was nog niks over geschreven en ik ontdekte dat bunkers vogelvrij waren. Toen ik op de havo zat schreef ik de tekst, maakte foto’s, aan een uitgever heb ik nooit gedacht, een drukker was wel nodig. Zo had ik mijn eerste boekje.”

Na wat werkzame jaren in de horeca weigerde hij rond zijn twintigste in dienst te gaan. In plaats van de twaalf maanden diensttijd moest hij achttien maanden vervangende dienstplicht doen. Dat kon bij het Zeeuws Archief in Middelburg. ,,Autoriteit ligt me niet zo”, zegt hij. ,,Ik wilde niet leren hoe ik mensen dood moest schieten. Stel je voor dat een regering zegt: Joep, hier heb je een plunjezak en moet je onze orders opvolgen.” Het was de tijd dat hij zijn haar liet groeien. Hij werd verslaggever bij de PZC-weekbladen en daarna eindredacteur bij Omroep Zeeland. Sinds 2007 is hij freelance journalist en boekenmaker.

Vinkenoog en Verhagen, wanneer kwamen zij in beeld?

,,Ik was een jaar of vijftien toen ik mijn eerste lp van Dylan kocht. ‘Like a rolling stone’, de klap op de snare drum, ik wist meteen: hier gaat iets gebeuren. Dylan zat toen in zijn religieuze periode en werd verguisd. Ik had niks met de muziek van de jaren tachtig, new wave vond ik vreselijk, MTV ook. Ik luisterde naar de Beatles en de Stones, zo kwam ik bij Dylan terecht. Hij is een man die zichzelf steeds opnieuw uitvindt, daarom vind ik hem buiten-categorie. Ik heb net een box met zijn religieuze liedjes gekocht. Uniek en goed, hij stoot de beste gospel van het podium. Hij heeft als eerste de definitie van folk opgerekt. In 1989 heb ik voor het eerst een concert gezien. Inmiddels zijn dat er zeker vijftien, in Utrecht, Rotterdam, Reims, Brussel, Keulen. Nu zit hij in zijn Frank Sinatra-periode. Daar kan ik niet veel mee, Sinatra is een maffia-maatje.”

,,Door Dylan kwam ik bij Allen Ginsberg terecht. Dat was meteen raak, ik was erg onder de indruk van de naaktheid en de eerlijkheid van zijn poëzie. Via hem ben ik me in de dichters van de beat-generation gaan verdiepen. Bij toeval hoorde ik dat hij een gedicht had geschreven over Vlissingen: ‘What the sea throws up at Vlissingen’. Dat was opgedragen aan Simon Vinkenoog. Toen die in het jaar 2000 voorbij kwam lopen heb ik hem over dat gedicht en zijn vriendschap met Ginsberg aangesproken. ‘Kom eens langs’, zei hij. Dat heeft even geduurd. Maar ik heb hem opgezocht in zijn volkstuin in Amsterdam-Noord. Hij was toen 79 jaar. Welk boek hij nog wilde maken, daar spraken we over. Het verzameld werk was voor hem een onmogelijk geacht boek. Thuis ben ik meteen de bundels die ik had gaan digitaliseren. Twee weken later reed ik weer naar de volkstuin. Simon wilde het idee uit mijn hoofd praten. Op een gegeven moment heeft hij me ter plekke benoemd tot zijn literair agent. Ik kon ‘Vinkenoog Verzameld’ publiceren op 12 oktober 2008 ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag. Op 12 juli 2009, precies negen maanden later, op mijn verjaardag, is hij overleden. Door de vriendschap met hem voelde ik me jaren jonger, hij had energie waarvan je kon drinken. Ik heb hem negen jaar gekend. Hij is een relikwie geworden van de jaren zestig. Helaas. In de necrologieën in Nederland las je over de eeuwige blower. In Vlaanderen eerden ze hem wel als literator.”

En Verhagen?

,,Hem heb ik via Simon leren kennen. Ook daar is een vriendschap ontstaan. Vinkenoog en Verhagen zijn pioniers geweest, ze hebben grenzen verlegd.” Mees komt binnenlopen. Hij is met zijn 10 jaar de jongste zoon. Seppe is drie jaar ouder. ,,Ik ben sinds drie jaar gescheiden. Mijn twee zoons zijn doordeweeks bij mij. Dat kan ik combineren met mijn freelance werk. Ik heb nu een latrelatie met een Vlaamse. Ze noemt me zoetje, wat wil je nog meer?”

PZC 9 december 2017

 

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.