Koninklijke Maatschappij De Schelde

Alle schepen die sinds 1875 op de Scheldewerf in Vlissingen werden gebouwd. Henk Nagelhout bundelde ze in een boek, in beeld en voorzien van een karakteristiek.

door Jan van Damme

Koninklijke Maatschappij De Schelde in Vlissingen is al vaker tussen boekkaften gevangen. Vanaf de oprichting in 1875 was de werf spraakmakend, als leverancier van marineschepen en bouwer van mailboten voor de Rotterdamse Lloyd. Nu zijn voor het eerst alle schepen, die op de werf werden gebouwd, in één boek opgenomen. Met dank aan Henk Nagelhout (1948) in Oost-Souburg. Nagelhout spitte jaren in het archief van de werf. Hij kwam 655 doosjes met glasnegatieven tegen, en daarnaast nog eens films en ander materiaal, bij elkaar zo’n 100.000 negatieven. Zo vond hij afbeeldingen van vrijwel alle bouwnummers, van nummer 1 de vissloep De Zeeuw in 1876 tot en met nummer 419, het marineschip dat nu in Mexico wordt gebouwd.

Henk Nagelhout – foto Ruben Oreel

Als geboren Middelburger koos Nagelhout op zijn zestiende voor de marine. ,,Omdat ik school hartstikke beu was”, luidt zijn bondige toelichting. Hij volgde de Technische Opleiding van de Koninklijke Marine en werd in 1964 machinist eerste klasse. Hij voer aan boord van de lichte kruiser De Ruyter, de C801. Na het uitdienen van zijn contract van zes jaar en nog een reisje kwam hij aan land en vond werk bij een constructiebedrijf in Koudekerke. In 1980 werd dat bedrijf door De Schelde overgenomen en werd Nagelhout lasser in Scheldepoort. In 1996 kreeg hij een hartinfarct en was ook zijn rug in niet al te beste conditie. Hij kwam in het archief van het bedrijf terecht, waar het plan voor een boek begon te rijpen. Na zijn pensioen in 2010 zette hij dat werk voort. Het resultaat is nu beschikbaar, met een voorwoord van Hein van Ameijden, algemeen directeur van Damen Schelde Naval Shipbuilding – zoals de werf nu heet. Nagelhout: ,,Ik heb zeven reorganisaties meegemaakt en ik kan je vertellen: dat is geen pretje.”

Het meeste werk zat voor Nagelhout in de levensloop van de schepen. De bouwgegevens waren betrekkelijk gemakkelijk te vinden. Maar dan: waar en voor wie en hoe lang een schip in de vaart was gebleven, dat vergde heel wat zoekwerk. In heel veel gevallen wist hij sprekende details boven water te halen. Zoals over de onderzeeboot O.21, die in 1940 werd gebouwd en net op tijd naar Engeland kon uitwijken. De boot kreeg de bijnaam ‘De kat met zeven levens’: in de Tweede Wereldoorlog bleef de onderzeeër onbeschadigd en wist wel zeven vijandelijke schepen en een U-boot te vernietigen.

Henk Nagelhout: Koninklijke Maatschappij De Schelde. De 400+ schepen die wij bouwden – Uitgave van Guns&@Home, 444 pagina’s, 39,95 euro, hardcover 54,95 euro.

PZC 8 december 2017

Bouwnummer 1: De Zeeuw, 1876.
Houten vissloep voor de Vlissingsche Zeevisserij Mij, lengte 22,65 m., breedte 5,80 m. In 1880 verkocht aan Jos Crabeels, Antwerpen, herdoopt Leopold, in 1882 gestrand op de Banjaard en tot wrak geslagen.

 

 

 

 

Bouwnummer 179: De Ruyter, 1928. Torpedobootjager voor de Ned. Oost-Indische Defensie. Lengte 98,15 m., breedte 9,45 m., snelheid 34 mijl. In 1934 herdoopt in Van Ghent. In 1942 op een rif gelopen tussen Banka en Billiton bij Lima-eilanden, door bemanning vernield.

 

 

Bouwnummer 207: O21, 1940.
Onderzeeboot voor de Ned. Oost-Indische Defensie. Lengte 77,70 m., breedte 6,55 m., snelheid 9 mijl. In 1940 uitgeweken naar Engeland. De boot kreeg de bijnaam ‘De kat met zeven levens’: in de Tweede Wereldoorlog bleef de onderzeeër onbeschadigd en wist wel zeven vijandelijke schepen en een U-boot te vernietigen.

Bouwnummer 273: Kungsholm, 1953. Passagiers-vrachtschip voor de maildienst Göteborg-New York. Lengte 182,88 m., breedte 22,86 m., snelheid 19 mijl. In 1984 bij Cadiz aan de grond gelopen, in 1985 gesloopt.

 

 

Bouwnummer 304: Prinses Irene, 1960. Veerboot voor Prov. Stoomboot Diensten. Lengte 102,18 m., breedte 18,45 m., snelheid 16 mijl. In 1988 verkocht aan Mira Ferries Malta, nog enkele keren doorverkocht, 2006 gesloopt in India.

 

 

Bouwnummer 345: De Ruyter, 1975. Geleidewapenfregat voor Kon. Marine. Lengte 138,40 m., breedte 14,80 m., snelheid 30 mijl. Brug, radarbol en 12 cm. Bofors kanon opgesteld bij Marinemuseum Den Helder. In 2001 gesloopt in
‘s-Gravendeel.

 

Bouwnummer 382: Prins Johan Friso, 1997.
Dubbeldeksveerboot voor de Prov. Stoomboot Diensten. Lengte 113,60 m., breedte 19,15 m., snelheid 16,6 mijl. In 2006 verkocht aan MPS Leasing & Factoring, herdoopt in Acciarello.

 

********************************************************

Karakteristiek van het boek:

Een heerlijk kijk- en bladerboek. De foto’s – zeker ook de oude – zijn vaak van uitstekende kwaliteit. Voor scheepskenners vallen er vele details te ontwaren. In de bijschriften levert Henk Nagelhout zakelijke informatie, die intrigeert. Wat opvalt is dat de meeste schepen geen lang leven beschoren is. Dertig jaar lijkt echt stokoud, terwijl de schepen de indruk maken dat ze voor de eeuwigheid zijn gebouwd.

Er komen vele heerlijkheden voorbij, zoals het Goevernementschroefschip Ceram voor de Civiele Marine (bouwnummer 55), gebouwd in 1887 – het einde is des te droeviger: ‘In 1920 uit dienst gesteld, 24 aug. 1928 als schietschijf gebruikt door kruiser Java, 20 minuten na eerste salvo gezonken’. Verder nog meer mooi 19e-eeuws: Stalen stoomraderveerboten (o.a. bouwnummer 76 Zeeuwsch-Vlaanderen, 1891), gegalvaniseerde stalen opiumjagers voor de opium-sluikhandel in Ned. Oost-Indië (o.a. bouwnummer 79, Argus, 1893) en het pantserschip Evertsen (bouwnummer 81, 1896).

Wat voor de geïnteresseerde leek handig zou zijn: toelichtende hoofdstukken over scheepstypes en de daaraan gekoppelde ontwikkeling in de scheepsbouw, zowel civiel als militair.

Dit bericht is geplaatst in Fotoboeken, Ondernemend Zeeland, Scheepvaart met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.