Landschapsatlas van de Oosterschelde

Oosterschelde spiegelt verleden en wat nog komen gaat

De ‘Landschapsatlas van de Oosterschelde’ vertelt hoe de zeearm is beteugelden hoe het water een bron van leven kan blijven. Spiegel van het verleden, venster op de toekomst: de Oosterschelde is altijd in beweging.

Het lijkt alsof de monumentale atlas een punt achter de Oosterschelde zet. Niets is echter minder waar. Er zijn weinig gebieden in Nederland, die zo aan verandering onderhevig zijn als juist dit deel van de zuidwestelijke delta. Dat betogen ook Kees Bos en Jan Willem Bosch, schrijvers en samenstellers van de ‘Landschapsatlas van de Oosterschelde’. Zet je de ‘reconstructiekaarten’ uit het boekwerk op een rij, dan ontvouwt zich een geschiedenis van geven en nemen.

Eerst was het alleen de natuur die het voor het zeggen had. De afgelopen duizend jaar is ‘de mens’ als bedijker en inpolderaar een steeds grotere rol gaan spelen. Met als voorlopig hoogtepunt de na de watersnoodramp van 1953 uitgevoerde Deltawerken. Hadden we in 1986 met de ingebruikname van de stormvloedkering nog even de indruk dat we voortaan rustig konden slapen – ‘Zeeland is veilig’, zei de toenmalige koningin Beatrix – inmiddels weten we beter. Als de zeespiegel snel rijst, moet er nog in deze eeuw over een nieuw samenspel met het water worden beslist.

De op Neeltje Jans in graniet gebeitelde regel van dichter Ed Leeflang (1929-2008) heeft de overheersende krachten kernachtig vereeuwigd: ‘Hier gaan over het tij, de wind, de maan en wij’. In de nieuwe ‘Landschapsatlas’ krijgen alle krachten hun plek: natuurlijke kustvorming en inbraken van de zee, bedijkers, vissers, handelaars, stedenbouwers, natuurontwikkelaars, recreanten, energiewinners.

Geograaf Kees Bos en landschapsarchitect Jan Willem Bosch vormen een op elkaar ingespeeld duo, ze zijn ook de mannen achter de in 2008 verschenen ‘Landschapsatlas van Walcheren’. In de Oosterscheldeatlas geven ze hun oordeel over recente ontwikkelingen, zoals over de kassen bij Rattekaai en de wildgroei aan informatiepunten. Hun ‘venster op de toekomst’ biedt bespiegelingen over ‘Bergen op Zoom aan zee’ en een tweede leven voor het havenplateau van Colijnsplaat. De stormvloedkering krijgt een mogelijk nieuwe toekomst in combinatie met een energiebekken van 900 hectare in de zee voor Neeltje Jans.

Kees Bos en Jan Willem Bosch: Landschapsatlas van de Oosterschelde. Spiegel van verleden, venster op de toekomst – Uitgave van Bos & Böttcher, 464 pagina’s, 59,50 euro.

*********

Waterwijk Zierikzee
De woonwijk Poortambacht van Zierikzee grenst aan de Schouwse inlagen en karrevelden. De eerste fasen van de wijk worden ‘dertien-in-een-dozijn’ genoemd. Dat ligt anders met Waterwijk, de afsluiting van de nieuwbouwwijk. De auteurs van de Oosterscheldeatlas zijn zeer te spreken over de kadewoningen van het project. Omdat er ruim water is. En hoewel de huizen geïnspireerd zijn op architectuur op het bij Venetië gelegen eiland Borano – de gevels hebben dezelfde maatverhoudingen – is het kleurgebruik in Zierikzee ‘terughoudend’. Verschillende woningtypes worden systematisch herhaald. De twee appartementencomplexen in de wijk doen aan pakhuizen denken. Bos en Bosch concluderen: ,,Opvallend aan de architectuur van de rand van Waterwijk Zierikzee is dat de inspiratie uit het buitenland afkomstig is. Het Zeeuwse DNA is nauwelijks herkenbaar in de wijk. Toch is er met de Waterwijk een kwalitatief hoogwaardige afronding van de wijk Poortambacht ontstaan.”

Kassen Rilland
De Oosterschelderegio heeft sinds eind jaren negentig een glazen stad. Toen werd bij Rilland een groot kassencomplex gebouwd. Het Westland bij Den Haag was overvol en de provincie Zeeland zag in glastuinbouw een welkome nieuwe ‘verdiensector’. In de Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone en op Zuid-Beveland in de Willem-Annapolder langs de Westerschelde schittert de zon tegenwoordig op glazen daken. Zo ook in de Eerste Bathpolder bij Rilland. Daar grenst het complex aan de Oosterschelde en het schorrengebied rond het voormalige landbouwhaventje Rattekaai. Bos en Bosch zeggen in hun ‘Landschapsatlas’: ,,Thans ligt hier een glazen stad als een industrieel aandoend element in het Oosterscheldelandschap. Het is daarmee wezensvreemd in het landschap waarvan duisternis en ongereptheid belangrijke kenmerken zijn. Ook al wordt de lichthinder door nieuwe belichtingsstrategieën gereduceerd tot maximaal 34 procent, toch blijft de lichtvervuiling hinderlijk. Deze wordt tot aan de Thoolse zijde van de Oosterschelde als storend ervaren.”

Kogelhof Kamperland
Het Nationaal Park Oosterschelde is met een omvang van bijna 40.000 hectare het grootste en het natste van Nederland. De natuur hoort er een grote rol te spelen. Nieuwe bebouwing mag eigenlijk de weidsheid en openheid van het landschap niet aantasten. Dat is mogelijk, constateren de schrijvers van de ‘Landschapsatlas’. Wat hen betreft is het eigentijdse landgoed Kogelhof bij Kamperland daarvan een goed voorbeeld. Het landgoed op Noord-Beveland is 25 hectare groot. Bos en Bosch schrijven: ,,Het uitzicht over het polderland met de stormvloedkering aan de einder vormt één van de belangrijkste kwaliteiten van de locatie. Deze kwaliteit is bij het ontwerp benut en gedramatiseerd.” En verder: ,,Net als bij historische buitenplaatsen het geval is, is er sprake van een hechte ruimtelijke samenhang tussen de villa en de landschappelijke aanleg. Zo is de villa gedeeltelijk in een grondlichaam gebouwd, waarbij het voorste gedeelte uitsteekt in het kanaal.”

PZC 5 december 2017

Dit bericht is geplaatst in Atlassen, Geschiedenis, Watersnood met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *