Zeeuwse schrijvers (158): Leonhard Huizinga (2)

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 158 (deel 2): Leonhard Huizinga.

De roman is een lang loflied op ‘de eeuwige bekoring
van het oude Middelburg’ en de omgeving. Bijvoorbeeld de duinen, ‘verlokkend als een bergketen aan het eind van een vlakte’.

Terug naar Toornvliet
Leonhard Huizinga (2)

door Mario Molegraaf

Bijna terloops, onderaan pagina 206 van een boek met memoires, geeft Leonhard
Huizinga (1906-1980) het toe. ‘Ik heb mij er bij herhaling op betrapt dat ik vertelde
dat ik lange jaren op Toornvliet heb gewoond’, schrijft hij. ‘Het was niet waar. Ik
ben er alleen in mijn vakanties geweest, maar de herinnering daaraan had een eigen
leven ontwikkeld, sterker dan de werkelijkheid.’ Toornvliet, het buiten van zijn
Middelburgse grootouders, werd aldus het magische middelpunt van zijn literatuur.
Van de boeken rondom Adriaan en Olivier natuurlijk, talloos veel delen meligheid,
waarin Toornvliet Korenvliet heet en Middelburg Rittenburg werd. Maar ook van
werk waarin hij meer van zichzelf geeft, geleidelijk met minder krullen en omwegen.

In Loete (1951) draait hij er nog een beetje omheen. Zijn jeugd, althans de
jeugd van de hoofdpersoon, die eigenlijk Nicolaas Johan heet maar van zijn moeder
de naam Loete kreeg, wordt in de tijd vooruitgeschoven, om ook de oorlogsperiode
te kunnen beschrijven. Middelburg, mei 1940: ‘Een onbekend terrein vol bergen van
puin, waarboven de stomp van de half ingestorte Lange Jan verrees als een
aanklacht’. De herinneringen aan de ongeschonden stad en het buiten Toornvliet
worden er enkel intenser door. De roman is een lang loflied op ‘de eeuwige bekoring
van het oude Middelburg’ en de omgeving. Bijvoorbeeld de duinen, ‘verlokkend als
een bergketen aan het eind van een vlakte’.

In 1963 publiceerde Huizinga de Herinneringen aan mijn vader (de beroemde
historicus), maar hij had voor zichzelf een obstakel opgeworpen: ‘Veel van mijn
jeugdherinneringen zijn verwerkt in de roman Loete’. Toch ging hij in Mijn hartje
wat wil je nog meer (1968), de ‘memoires van een gelukkig mens’ waaraan hij begon
op de dag dat hij zestig werd, welgemoed op herhaling. Meer mijmeringen over het
buiten en de stad. Hij maakte vele verre reizen, maar er was slechts één plek op de
wereld die werkelijk telde, geen andere plek die ‘een beeld kon bieden van een zo
volmaakte pastorale poëzie als Walcheren’.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.