21 Beestige morabels

Er zijn hoofdrollen voor de duizendpoot, de rugstreeppad, de kakkerlak, de houtworm, de gans en de snotolf. En nog meer dieren, als ze maar niet te groot zijn. Rieks Veenker vangt ze in ’21 Beestige morabels’.

Jan van Damme

We hebben al fabels. En parabels. En ook nog het woord ‘memorabel’, voor iets wat zo veel indruk maakt dat je het vanzelf onthoudt. En o ja, moraal. Aan dat rijtje kunnen we nu een nieuw woord toevoegen: ‘morabel’. Met dank aan Rieks Veenker in Middelburg. Hij schreef ’21 Beestige morabels’ in een prachtig uitgegeven en geïllustreerd boekwerkje.

We kennen Rieks Veenker (1951) als gepensioneerd kunstdocent van de Christelijke Scholengemeenschap Walcheren (CSW). Als schrijver deed hij al enkele keren van zich spreken in de schrijfwedstrijd ‘De Raadselige Roos’, met tweede en derde prijzen. Vorig jaar verscheen zijn jeugdboek ‘De Tuinen van Ginder’, waarmee hij en zijn illustrator Coen Hamelink de PZC-Publieksprijs wonnen.

Nu komt hij met de bundel ’21 Beestige morabels’. In zijn woorden zijn het ,,korte, soms vileine dierenverhalen over insecten en ander klein dierengrut.” De verhalen waren al klaar in 2008. Het heeft even geduurd voor een uitgever zich aan deze korte verhalen voor volwassenen waagde.

Het resultaat mag er zijn. Theo Gootjes (1942), bekend als politiek tekenaar van ‘Het Vrije Volk’, voorzag veertien verhalen van pakkende illustraties. Bij de zeven verhalen, waarvoor hij niets op papier zette, kreeg hij ‘gewoon’ geen beeld – zoals hij het zelf verwoordde in een regionale tv-uitzending ter gelegenheid van de presentatie van het boek.

Veenker snijdt in zijn steeds met een ‘moraal’ afgesloten verhalen grote thema’s aan. Groepsdwang en groepsverdwazing is er één van. Zoals in het openingsverhaal ‘De zeeduivel’. Dat gaat dus over een zeeduivel, die de wereld wil verbeteren. Haar slogan ‘niet rechts, niet links, maarrrr… rrrrecht vooruit’ slaat aan. Ze krijgt een massale aanhang van soortgenoten, haringen, garnalen en twee bejaarde potvissen. Eenmaal bijeen vormen ze een feestmaal voor orka’s, die de samenscholing al een tijdje in het oog hielden. De zeeduivel-organisator laten ze ontsnappen. En inderdaad, die roept een nieuwe groep bijeen: ,,De zeeduivel heeft wel eens gehoord dat iemand zijn rechter poot schuin naar voren de lucht in steekt om zijn woorden kracht bij te zetten. Dat lijkt haar ook wel wat. Maar ze wil wel origineel blijven, dus doet ze het met links. Tot haar grote ontroering volgen de meeste vissen onmiddellijk haar voorbeeld.” De moraal van het verhaal is: ‘de een haar nood is de ander zijn brood’.

De dood is altijd dichtbij. Alle dieren lijken daar geen probleem in te zien, de dood hoort bij het leven, je eet en je wordt gegeten. Hoogmoed, dat is ook een terugkerend thema. Lees ‘De kruisspin’ en ‘Het stekelbaarsje’. En onverdraagzaamheid, zoals in ‘De koekoek’: ,,De zomer breekt aan en de haat van de jonge koekoek tegen alles wat niet eigen is, neemt bepaald niet af. Integendeel. Wie allemaal onder noemer ‘eigen’ vallen weet hij niet precies, maar in ieder geval moet elke vogel die hem niet aanstaat oprotten.”

Er komen hier en daar typische schrijversgedachten naar boven. Ook in het brein van de spitsmuis: ,,’Niemand zit op mij te wachten’, schrijft de spitsmuis met grote letters in het zand. Hij hoopt al jaren een gerenommeerd dichter te worden, maar het is duidelijk dat hij moeite heeft met schrijven. (…) Niemand die op hem zit te wachten. Het stemt hem droevig, of nog beter gezegd wanhopig.”

Rieks Veenker zal zich niet vereenzelvigen met de spitsmuis. Zijn verhalen zijn – laten we zeggen – memorabel.

Rieks Veenker en Theo Gootjes (illustraties): 21 Beestige morabels – Uitgeverij Palmslag, hardcover, 92 pagina’s, 15,- euro.

Dit bericht is geplaatst in Proza met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.