Landschap en bewoning van Zeeuws-Vlaanderen

Tijd om trots te worden op Zeeuws-Vlaanderen

Adrie de Kraker schrijft de geschiedenis van het landschap en de mensen in Zeeuws-Vlaanderen. Een regio om trots op te zijn.

door Jan van Damme

Hij stookt twee populieren per winter op. In plaats van ontpolderen zou hij liever ompolderen. En hij vindt dat het de hoogste tijd is dat Zeeuws-Vlamingen eens trots worden op dat landje tussen d’Ee en Hontenisse. Het verleden is immers glorieus, de toekomst hoopvol.

Adrie de Kraker in Reuzenhoek bij Zaamslag. De boerderij rechts  meteen na het plaatsnaambord, laat hij weten. Eind vorige maand verscheen zijn ‘Landschap en bewoning van Zeeuws-Vlaanderen’. De Kraker (1953) is historisch geograaf. In 1997 promoveerde hij op het proefschrift ‘Landschap uit balans, de Vier Ambachten en het Land van Saeftinghe tussen 1488 en 1609’. Zijn nieuwste boek is in alle opzichten ruimer: daarin beschrijft hij hoe over een periode van 14.000 jaar het huidige Zeeuws-Vlaanderen van een natuurlandschap in een polderlandschap veranderde.

Adrie de Kraker – foto Camile Schelstraete

De schrijver woont sinds 2009 met zijn vrouw Nellie weer terug op de boerderij waar hij werd geboren en tot zijn achttiende opgroeide. Helemaal gerestaureerd – het woonhuis stamt uit de 17e eeuw. Hij probeert er een leefwijze op na te houden, die de oude boerderij waardig is: ,,We beheren de tuin op een middeleeuwse manier. Dode bladeren werk ik in de grond. Laatst ook zeewier, net als aan de Engelse en Deense kust. De paden zijn verhard met oesterschelpen. We hebben twee lange repen moestuin, die kan ik met de ploeg en de cultivator bewerken. Afgelopen jaar hadden we kardoen en tabaksplanten. Volgend jaar zetten we hop en linzen. Rondom het erf staan populieren, veertig jaar geleden door mijn opa geplant. Ik kap er twee per seizoen, die stoken we op in de kachel voor de verwarming en heet water. Toen we hier kwamen wonen heb ik meteen dertig nieuwe populieren gezet.”

Behoud van erfgoed en het zo goed mogelijk doorgeven aan de volgende generatie. Dat is wat De Kraker voor ogen staat. Hij doet dat met zijn boerderij. Ook zijn nieuwste boek past in dat stramien. Om je leefomgeving op waarde te kunnen schatten en in stand te houden voor je kinderen en kleinkinderen, moet je weten wat er was. Hij was tot 2015 verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, waar hij geschiedenis van de Nederlandse cultuurlandschappen doceerde. Nu geeft hij nog zes uur aardrijkskunde aan de Engelstalige klas van het Zeldenrust-Steelant College in Terneuzen.

Onderwijs vindt hij belangrijk: ,,Mensen leven te veel in het heden.” Wat moeten we weten? Bijvoorbeeld dat Zeeuws-Vlaanderen lange tijd bij Vlaanderen hoorde, één van de hoofdcultuurgebieden van Europa. Reynaert, Floris en de Blancefloer, Jacob van Maerlant, het zijn klinkende namen. Ook wetenswaardig is dat de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) verwoesting bracht, die misschien erger was dan de kaalslag in Syrië en Irak. Land werd water, de bevolking trok weg. Van de vijftig parochiekerken zijn er nog vijf over: Hulst, Aardenburg, Sint Anna ter Muiden, Sint Kruis en Kloosterzande.

In de 17e en 18e eeuw werd de regio een landje apart: Staats-Vlaanderen, een bijwagen van de toenmalige Republiek.  Dat beeld hebben veel Zeeuws-Vlamingen nog steeds. De Kraker: ,,De status aparte zit tussen de oren. Dat moet veranderen. Kijk eens in wat een bijzonder gebied we wonen, met een rijk verleden. En toekomst. Niet met ontpolderen, maar met wat ik ompolderen noem. Je houdt de dijk intact, laat via een paar sluisjes water binnen, met biezen vang je het slib. Als het maaiveld hoog genoeg is opgeslibd, sluit je de sluizen. Zo heb je met een jaar of vijftien een nieuwe, vruchtbare polder.”

Adrie de Kraker: Landschap en bewoning van Zeeuws-Vlaanderen – uitgave door Cultuurhistorie en Landschapsontwikkeling De Kraker, 352 pagina’s, 34,95 euro.

*************************

Aanvulling:

Adrie de Kraker wil best een waarschuwend vingertje heffen. Richting Hulst: hol het historisch centrum niet verder uit door de bouw van moderne appartementen naast de kerk. Richting toeristische gemeenten: pas op met het vol zetten van de strandreep, straks zie je geen verschil meer tussen Cadzand en Brighton. Richting algemeen: verkwansel je erfgoed niet, pas op voor een burn-out, een over-exploitatie. Richting natuur: het scheppen van nieuwe natuur is niet passend in het Zeeuws-Vlaamse landschap.

Natuurlijk zijn er soms ingrepen in het landschap noodzakelijk. Zoals de aanleg van de nieuwe rondweg door de Prins Willempolder Tweede Gedeelte en de rondweg door de Zaamslagpolder. Daar worden oude polderpatronen doorkruist. De Kraker noemt die ingrepen jammer maar noodzakelijk. Van de plannen Waterdunen en Perkpolder ziet hij veel minder de noodzaak. ,,Het gaat om ingrepen in een middeleeuws landschap voor ontwikkelingen waarvan de uitkomst zeer ongewis is.”

Adrie de Kraker heeft een heerlijk en toegankelijk geschiedenisboek van Zeeuws-Vlaanderen geschreven. De talrijke kaarten zijn behalve illustratief ook inhoudelijk aanvullend. Dat de schrijver sinds half jaren negentig vliegt en zo luchtfoto’s maakt die hij in het boek opneemt, maakt het geheel nog ruimtelijker. Al met al krijg je het gevoel dat De Kraker je in vogelvlucht over Zeeuws-Vlaanderen voert. Hij is een uitstekende piloot, die de lezer meeneemt op een avontuurlijke vlucht.

Dit bericht is geplaatst in Geschiedenis, Heemkunde met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *