Wim Hofman (71): Jeep

Wim Hofman (1941) is schrijver, illustrator, kunstenaar. In zijn rubriek in de PZC geeft hij wekelijks een proeve van zijn kunnen: in woord en beeld. Die PZC-column wordt elke woensdag op Zeelandgeboekt geplaatst. Eind 2016 verscheen een selectie van zijn columns in boekvorm: Bramen plukken.

Sinterklaas was dan wel een geheimzinnige en onzichtbare figuur, maar hij wist blijkbaar wel precies wat we graag wilden hebben.

Jeep

door Wim Hofman

Toen ik een kind was kwam Sinterklaas ’s nachts, in het donker: je kreeg hem niet te zien. Hij werkte in alle stilte. De avond van vijf december zetten we onze schoen bij de kachel en we zongen een paar liedjes. Mooi vond ik: ‘Hoor, de wind waait door de bomen’ en met de regels ‘O, hij komt in donk’re nachten’.

Je zag hem, noch zijn helper en daardoor had je toen ook nog geen discussies over huidskleur en pietenkleding. Nog voor de donkere nacht goed en wel voorbij was, waren we al wakker om te zien of hij iets gebracht had.

De eerste Sinterklaas die ik me herinner, kwam vlak na de donkere tijd van de oorlog en dat de oorlog nog vers in het geheugen van de Sint zat, konden we zien aan de cadeautjes. We kregen militaire speelgoedvoertuigen; sommige plat, uit plankjes gezaagd, maar wel met draaibare wieltjes. Mijn jeep vond ik het allermooist. Hij was groen met zwarte wielen en op de motorkap was een witte ster geschilderd en aan de achterkant zat een jerrytankje en een reservewiel dat ook kon draaien, maar dat stevig vastgespijkerd zat. De jeep had zelfs beugeltjes van ijzerdraad met een groen doekje als dak. Jeeps kenden we wel. Ze stonden vaak voor de kleuterschool waar nu Engelse soldaten in zaten en we mochten wel eens meerijden met Sammy die een wipneus had en een scheef petje droeg en Engels met ons sprak. Als we met onze jeep speelden, maakten we het brommend geluid van een jeep na en spraken Engelse woorden: yes, no, may be, please, no thank you.

Sinterklaas was dan wel een geheimzinnige en onzichtbare figuur, maar hij wist blijkbaar wel precies wat we graag wilden hebben.

Later, veel later, kwam ik erachter dat mijn peetoom Hendrik het speelgoed had gemaakt. Voor zijn huis lagen stapels bakstenen en hij had een werkplaats met aan de wand een jachtgeweer en een jagersmes met bloedgleuf. In het midden van de werkplaats stond een machinale lintzaag en een cirkelzaag met een hoopje zaagsel erbij. Het rook er naar hout. Oom Hendrik had die auto’s gemaakt en niet Sinterklaas, maar dat vond ik helemaal niet erg.

 

Dit bericht is geplaatst in Columns met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *