de Spuije, winter 2017

De meeste vishuizen op Zuid-Beveland zijn niet meer. In Goes is nog een visperk op de Kleine Kade. Hoewel de stad nooit een thuishaven voor veel vissers is geweest. Borssele heeft nog een ruim bemeten viskot. ‘Hoort, ziet zwijgt’ staat er op de vaasvormen in de goot. Dat is een aanmaning om toch maar niet te roddelen of kwaad te spreken, zo veronderstelt in elk geval Jan de Ruiter. Hij biedt in het nieuwste nummer van ‘de Spuie’ een ruim artikel over ‘De teloorgang van de vishuizen op Zuid-Beveland’.

Omslag: Panoramisch zicht op Mechelen vanuit het noordwesten, gekleurde ets uit G. Braun & F. Hogenberg, Civitatis orbis terrarum, Keulen, 1575-1591, detail.

*******************************

In de Bevelandse dorpen waren de vishuizen centrale plaatsen, waar bederfelijk voedsel als vis en vlees werd aangeleverd. Gemijnd werd er niet. Van daaruit werd de waar wel uitgeleurd langs de deur. De Ruiter heeft het over vishuizen in Kloetinge, Baarland, ‘s-Gravenpolder, Kapelle, Ovezande, Oudelande, Hoedekenskerke. Hij signaleert ook andere bestemmingen: het viskot was vaak ook een praathuis, waar de politiek en andere dringende kwesties werden besproken. Soms werd het ook een hangplek, zoals in Ellewoutsdijk, waar in 1888 de gemeenteraad zich over ‘de vernielende hand van de jeugd’ boog. Hier en daar werd het kotje van deuren voorzien en konden er vaandels in worden opgeslagen of werd het (Ovezande) opbergplaats voor brandspuiten.

Jan de Jonge staat in een uitgebreid artikel stil bij ‘100 jaar Nederlandse onafhankelijkheid 1813-1913’. Het was toen groot feest, met overal versierde optochten, muziek en tentoonstellingen. In Middelburg werd een feestexpositie ingericht, waarin de klederdrachten een hoofdrol kregen. Op Zuid-Beveland werd in 1912 een ‘sub-commissie’ gevormd, die het contact onderhield met de organisatie in Middelburg. De expositie begon dan ook met twee Zuid-Bevelandse kamers, een in 17e-eeuwse stijl, en eentje in de stijl van begin 20ste eeuw. Daarbij viel op ,,dat het tegenwoordig ook wel netjes is bij de plattelandsbewoners, en zeker eenvoudig ook, maar dat hunne voorouders toch meer artistiek waren aangelegd.” Het diorama ‘Gezicht op de haven van Yerseke’ van W.F.A.I. Vaarzon Morel was een pronkstuk. Op zaterdag 30 augustus bezochten koningin Wilhelmina en prins Hendrik de expositie. In totaal werden er ongeveer 22.000 bezoekers geteld. De Jonge besteedt verder nog aandacht aan de onafhankelijkheidsfeesten in Kattendijke en Goes.

Hester van Rees raakte in gesprek met Emile Boonman (1943), oud-onderwijzer op de rooms-katholieke St. Gerardus Majellaschool in Kwadendamme. Hij vertelt: ,,De kinderen kwamen ’s ochtends naar school en de eerste bel was het sein dat kinderen per klas twee aan twee in de rij moesten gaan staan. Bij de tweede bel moest iedereen stil zijn en er werd net zo lang gewacht tot iedereen ook stil was!” Wat mij betreft: op de St. Jozefschool in Groede ging het mijn eerste jaren net zo.

François van der Jeught is lid van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen. Hij bekeek in het Mechels Stadsarchief de registraties van scheepsverkopingen in de 16e eeuw. Daar trof hij verkopers uit Baarland, Goes, Reimerswaal en Kruiningen. Ze verkochten vrachtschepen van het heudetype – zeilende vrachtscheepjes. Van der Jeught: ,,Hoewel de aangetroffen gegevens beperkt zijn, voegen zij toch een puzzelstuk toe aan de maritieme geschiedenis van Zeeland in de zestiende eeuw en aan die van Zuid-Beveland in het bijzonder.”

De verdwenen dorpen Emelisse en Hamerstede vormen een verhaal op zich. In het artikel van Nico van Dinther komen ze door bodemvondsten en documenten weer tot leven.

de Spuije, aflevering 102, winter 2017

 

Dit bericht is geplaatst in Tijdschriften met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *