Zeeuwse schrijvers (157): Leonhard Huizinga (1)

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 157 (deel 1): Leonhard Huizinga.

Titels zonder fantasie en humor zonder fantasie. Om te lachen, maar niet leuk,  dat is pas treurig.

*********************

In botsing met de trap
Leonhard Huizinga (1)

door Mario Molegraaf

De namen zijn met extra zwierige letters op de akte geschreven. De namen van
Doctor Johan Huizinga en Jonkvrouwe Mary Vincentia Schorer, die in maart 1902 te
Middelburg trouwden. Zij was de dochter van burgemeester Schorer, telg uit een
roemrucht Zeeuws geslacht, verbonden met de buitenplaats ‘Toornvliet’. Hij werd
een beroemde historicus, vooral vanwege Herfsttij der Middeleeuwen, voor een
belangrijk deel op deze buitenplaats geschreven. In 1906 kregen ze een zoon,
Leonhard Huizinga, die ‘Toornvliet’ in vele boeken zou eren.

Dat was tenminste de bedoeling, maar hij was zo’n auteur die niet altijd bij
machte was zijn bedoelingen te realiseren. Vooral zijn humor maakt een geforceerde
indruk, achteraf bezien tenminste, want ooit waren zijn romans over een ‘beschaafde
tweeling van redelijk goede familie’, ofwel over Adriaan en Olivier, behoorlijk
populair. Vandaar dat er geen eind kwam aan de reeks, die begon met het in 1939
geschreven Adriaan en Olivier en pas in 1980, het sterfjaar van Huizinga jr., ophield
met Olivier zonder Adriaan. Ik heb hier ook Olivier en Adriaan (1949) en Adriaan
contra Olivier (1954) voor me liggen.
Titels zonder fantasie en humor zonder fantasie. Om te lachen, maar niet leuk,
dat is pas treurig. Het befaamde buiten is in de reeks omgedoopt tot ‘Korenvliet’ en
Middelburg heet in deze boeken Rittenburg, ‘een prachtig oud stadje. Het bezit een
fraai middeleeuwsch stadhuis, met een monumentale trap.’ O nee, bezát een fraai
stadhuis, is de in de boeken voortdurend terugkerende grap, want het oubollige duo
bestijgt per auto de bewuste trap. Ik ga het niet met mijn Fiat Panda herhalen en een
sufferd met een SUV zal ook alleen de auto en niet het monument mollen. De auteur
noemde Adriaan en Olivier ‘dat onsterfelijk meesterwerk der vaderlandse
letterkunde.’ Met ironie, maar nog veel te weinig ironie. Volgende keer kijken we
naar andere boeken van Leonhard Huizinga, wat mij betreft boeiender boeken. Juist
in Herinneringen aan mijn vader bewijst hij méér te zijn dan de zoon van.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *