Zeeuwse schrijvers (156): Vicky Hartman

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 156: Vicky Hartman.

De schrijfster liet zich adviseren door iemand van de regiopolitie  Zeeland, dus met de geloofwaardigheid zit het goed.

************************

De dood komt nooit gelegen
Vicky Hartman

door Mario Molegraaf

De tandarts kwam uit Duitsland. Kathrin heette ze, en voor alles wat er in mijn mond
gebeurde had ze slechts wrede woorden en bitse bewegingen over. Ik poetste veel te
zachtaardig vond ze, waarop hardhandige instructies volgden. Maar op een dag werd
de gevreesde blik ineens vriendelijk. Ik had een woordje Duits gesproken,
Pfifferlingen, cantharellen, ik weet niet meer hoe de kille conversatie ineens een
culinaire draai had genomen. Ze was prettig verrast, al helemaal toen ik bekende elke
zondagavond, 20.15 uur stipt, de tv op de ARD te zetten, voor Tatort, de sinds
mensenheugenis lopende misdaadserie. Net als zij, zo bleek. Sindsdien heb ik een
perfect gebit en niemand schijnt zoveel talent als tandenpoetser te hebben dan ik.

Zou Vicky Hartman ook elke zondag kijken? Van haar heb ik een
‘Kriminalroman’ in handen, een vertaling van haar De dode van Domburg (2005),
maar door het Duits krijg ik veel meer het gewenste Tatort-gevoel. Al zijn er
voortdurend ontregelende wendingen als: ‘dann zappte sie rüber zu Omroep
Zeeland.’ Volop Zeeland in de misdaadromans van Vicky Hartman, een pseudoniem.
Onder een ander pseudoniem, Eva Bentis, publiceerde ze pretentieuzer proza. In het
dagelijks leven heet ze gewoon Joke Meijer, in 1951 geboren te Bennekom. Nu we
toch aan het namen noemen zijn: de heldin van haar misdaadromans, woonachtig te
Middelburg, heet Laurien Minnaar. De ondertitel van Moordfestival (2008) luidt dan
ook ‘Een Laurien Minnaar Mysterie.’

Dat klinkt aantrekkelijk, zoals ook de boeken aantrekkelijk zijn, veel dialoog
en weinig beschrijving. Tegelijk laat ze ons een levensecht Zeeland zijn. Nou ja,
levensecht, het draait in dit proza natuurlijk om moorden, die na enig speurwerk
worden opgelost. De schrijfster liet zich adviseren door iemand van de regiopolitie
Zeeland, dus met de geloofwaardigheid zit het goed. Mooie zinnen zijn er ook, de
mooiste komt als Laurien Minnaar na een oproep vanwege een gevonden lijk zegt:
‘Dat komt slecht uit.’ Het antwoord vanuit de meldkamer, bijna de titel van een
Tatort-aflevering: ‘De dood komt nooit gelegen.’

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *