Sociëteit van Essequebo

Zeeuwse ondernemers richtten eind achttiende eeuw een speciale rederij op voor de vaart op kolonie Essequebo. Een laatste oprisping van Zeeuwse strijdlust.

Cover: Het fregatschip Essequebo Societeit, geschilderd door Engel Hoogerheyden. Uit de collectie van het Nederlands Scheepvaart Museum Amsterdam.

 

door Jan van Damme

We hebben ons als Zeeuwen erbij neergelegd. Voor de grote ontwikkelingen, de levendigheid en de drukte moet je in de Randstad zijn. In Holland, inderdaad. Er zijn tijden geweest dat Zeeland net zo hard op de trom sloeg als Amsterdam. Probeerde te slaan, in elk geval. Daarvoor moeten we wel een stukje terug in de geschiedenis, naar de periode voor 1800.

Het nieuwe boek van (maritiem) historicus Ruud Paesie in Middelburg legt een stukje van de Zeeuwse strijdvaardigheid bloot. ‘Sociëteit van Essequebo’ heet de nieuwe uitgave. De ondertitel: ‘Op- en ondergang van een coöperatieve scheepvaartonderneming, 1771-1788’. Paesie beschrijft hoe de Zeeuwen eind achttiende eeuw een rederij oprichtten, die vooral bedoeld was om Amsterdamse concurrentie het hoofd te bieden.

Essequebo was een Zeeuwse kolonie op de noordkust van Zuid-Amerika waar nu Guyana is, westelijk van Suriname. Halverwege de achttiende eeuw nam in Europa de vraag naar suiker, cacao en katoen sterk toe en werden er veel nieuwe plantages gesticht. Nadat Hollandse ondernemers zich over Suriname hadden ontfermd, lieten ze ook hun oog vallen op de nog te ontwikkelen vruchtbare gronden langs de rivier de Essequebo. Vanaf 1750 voerden beide provincies een keiharde strijd: de Zeeuwse kamer van de West-Indische Compagnie (WIC) hield vast aan haar al lang bestaand alleenrecht op de afgifte van handelspassen voor de kolonie, de Hollanders wilden daarvan af. Omdat beide partijen er niet uit kwamen, werd stadhouder Willem V gevraagd te bemiddelen. Die besliste in 1770 in het nadeel van de Zeeuwen, de ‘actens van permissie’ voor Essequebo zouden ook in Holland verstrekt mogen worden.

Monogram van de ‘Sociëteyt ter Navigatie op Essequebo en annexe Rivieren’ (SvE), 1771.

Paesie schrijft: ,,Een Zeeuws antwoord kon niet lang uitblijven. Bevreesd dat de vaart op Essequebo zich onherroepelijk naar Holland zou verplaatsen, staken Middelburgse kooplieden de koppen bij elkaar. (…) Met grote voortvarendheid gingen zij aan de slag en op 28 januari 1771 kon men zich in Middelburg laten inschrijven in een ‘Police van inteekening tot het opregten eener Societeyt ter Navigatie op Essequebo en annexe Rivieren’.”

De Sociëteit bracht zeven fregatten in de vaart voor het personen- en vrachtverkeer tussen Zeeland en de kolonie. Ongeveer honderdtachtig koop- en ambachtslieden, makelaars en handelshuizen in Zeeland brachten 320.000 gulden aan kapitaal in. Het was niet meteen een financiële belegging, aldus Paesie, maar veel meer een middel om voorrang te krijgen bij de levering van producten. Hij noemt de Sociëteit een ‘professionele rederij’, die haar tijd ver vooruit was. Alleen was de concurrentie zo hevig, dat er vrijwel uitsluitend rode cijfers werden geschreven. In 1788 viel het besluit tot liquidatie. De strijd met Holland was definitief verloren.

Ruud Paesie: Sociëteit van Essequebo – Uitgeverij Den Boer | De Ruiter, 164 pagina’s, 17,50 euro. Presentatie vrijdag 3 november om 16.00 uur in boekhandel De Drvkkery in Middelburg.

Dit bericht is geplaatst in Agenda, Geschiedenis, Ondernemend Zeeland, Scheepvaart met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.