Zeeuwse schrijvers (148): S. Greup Roldanus (2)

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver. Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 148: S. Greup-Roldanus (2).

Het is het relaas van twee mannen, in hun beroepsleven grappig precies gevolgd, notaris Kaplaken en apotheker Quartel. Ze trouwen allebei met een juffrouw Meeuwese uit Goes.

Morbleu, madame
S. Greup-Roldanus (2)

door Mario Molegraaf

Het is een en al achttiende eeuw in de Zeeuwse romans van S. Greup-Roldanus (1893-1984). De personages doorspekken hun zinnen met pruikentijdproza als ‘Morbleu, madame.’ Toch herken je driehonderd jaar later nog heel goed de straten te Middelburg, bijvoorbeeld de Spanjaardstraat, aldus getekend aan het begin van De humeuren in de straat der weduwen (1953): ‘Flauw glooiend en met een zwakke kromming leek de keienrijweg de droge bedding van een beekje. Die rijweg was zo smal, dat een buikige karos de hele breedte in beslag nam, zodat voor de voetganger geen andere uitwijkplaats bleef dan hier en daar een stoepsteen.’
De schrijfster was zelf nog maar net weduwe geworden. Ze verwerkte stellig eigen ondervindingen in de vrouwelijke hoofdpersonen, ‘alle vier nog tamelijkjes vers in die weduwstaat.’ Ook haar avonturen als ex-Middelburgse kwamen van pas, tussen háár tijd en de tijd van de vier weduwen was er uiterlijk én innerlijk weinig aan de provinciestad veranderd. Af en toe raast de ‘zeestorm (…) over eiland, over stad.’ Toch krijg je vooral een kroniek te lezen over in de kleine plaats sterk uitvergroot lief en leed.
Voor een deel speelt ook Levensgevaarlijke mannen (1965) in Zeeland. Greup-Roldanus neemt ons mee naar het Goes van lang geleden, waar je moet waden door de dichtste mistnevelen aller tijden: ‘Er was niet twee, drie ellen zicht.’ Des te meer valt er te ruiken rondom de Grote Markt: ‘water, brak water en de laatste minuten, of waren het kwarturen, een ondragelijke visstank.’ Het is het relaas van twee mannen, in hun beroepsleven grappig precies gevolgd, notaris Kaplaken en apotheker Quartel. Ze trouwen allebei met een juffrouw Meeuwese uit Goes. De apotheker komt de complete ‘Walcherse papaverbollenoogst van dit jaar 1751’ opkopen. Inderdaad, drugs, drugs en nog eens drugs. Het zou moeder Meeuwese niet verbazen als ‘het hele Hollandse Zuiderkwartier door die Zeeuwse rustebollen in de diepste slaap van vergetelheid kon gedompeld worden.’ Er zijn aardige scènes, maar helaas hebben de romans van S. Greup-Roldanus hetzelfde effect als de rustebollen. Morbleu, madame, zo slaapverwekkend.

 

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Zeeuwse schrijvers (148): S. Greup Roldanus (2)

  1. Jan Kuipers schreef:

    Voor historisch geïnteresseerde Zeeuwen vind ik die boeken van mw. GR toch wel onderhoudend bijvoer. Ben bij ‘De humeuren’ niet 1 keer in slaap gevallen. Bij De Bree ook nooit, overigens.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *