Veel Liefs, je moeder

Eenzaam op de Kamerlingh Onnes

Aan boord van een Nederlandse vrachtvaarder, de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog. Loek Elich vertelt over zijn leven op de Kamerlingh Onnes.

Loek Elich (1927) uit Vlissingen maakte van 1946 tot 1951 enkele reizen naar Nederlands Oost-Indië op de vrachtvaarder Kamerlingh Onnes. Hij was werktuigkundige. Zo’n twintig jaar geleden typte hij zijn herinneringen aan de varenstijd uit in een heel pak a-4’tjes. Hij vond geen uitgever. Inmiddels is hij 89 jaar en blind. Met hulp van zijn dochter Margot heeft hij zijn verhaal persklaar gemaakt, een uitgeverij als Brave New Books biedt nieuwe mogelijkheden. Vlak voor de zomer verscheen zijn boek: ‘Veel liefs, je moeder’.

,,Alles wat erin staat, is echt gebeurd en heb ik zelf meegemaakt”, meldt de schrijver vanuit zijn woonplaats Hilversum. Na zijn tijd bij de koopvaardij in dienst van de Rotterdamse Lloyd vervulde hij zijn dienstplicht bij de Onderzeedienst van de Marine: in de Waalhaven in Rotterdam voerde hij reparaties uit aan de duikboten. Daarna bleef hij aan wal, hij was enkele decennia afdelingsmanager bij een technisch handelsbedrijf.

Elich was heel zijn leven betrokken bij het amateurtoneel. Hij speelde, regisseerde, en schreef 51 eenakters en avondvullende toneelstukken.

In zijn boek ‘Veel liefs, je moeder’ heeft hij zijn zeemansbestaan in één reis naar de Oost samengebald. Hoofdpersoon is de twintigjarige machinist Lowie Elding. Hij vaart op een Liberty schip. De Nederlandse regering had drie van die schepen van Amerika gekregen in het kader van het Marshallplan, een internationaal wederopbouwprogramma. Elich schrijft: ,,Het waren technisch zeer eenvoudig uitgeruste schepen. Met een Worthington triple expansiemachine voor de voortstuwing en twee oliegestookte Babcock & Wilcox waterpijpketels voor de stoomproductie.”

Nu zegt de schrijver: ,,Je kunt beter vanaf de wal naar een schip kijken, dan vanaf een schip naar de wal.” Dat gevoel spreekt uit zijn boek, van de eerste tot de laatste bladzijde. Lowie Elding is eenzaam. In tegenstelling tot de meeste bemanningsleden krijgt hij nauwelijks post. Zijn moeder thuis in Vlissingen is geen echte schrijfster. Ze knipt berichten uit de PZC en stopt die, al dan niet voorzien van een regeltje in de kantlijn, in een envelop. Een collega vergist zich, hij stuurt de voor een vriend bestemde brief, waarin hij vertelt over hoerenbezoek in Baltimore, per abuis naar zijn verloofde. Het geplande huwelijk gaat niet door.

Uit het plakboek van de schrijver: circa 1950 aan boord van de Kamerlingh Onnes in de Golf van Aden, Loek Elich rechts met zonnebril.

Afgemeerd aan een landingsplatform in Bahrein speelt de hitte de mannen parten. Ze slapen aan dek om nog enige verkoeling te hebben. Lowie werkt liters ijsthee en limonade naar binnen, gecombineerd met zouttabletten. Bier, krijgt hij te horen, bier is de enige remedie. Het werk is ook niet je dat. Als de riolering verstopt zit is dat een klusje voor de vijfde machinist. Op pagina 52 vraagt hij zich al voor de tweede keer af: ,,Was dit nu zijn toekomst (…). Strontscheppen, met het verstand op nul en verder geduldig wachten tot er weer eens een brief van thuis komt? Was dat het leven van een zeeman?”

Zo nu en dan vertelt Elich ook over zijn jeugd in Vlissingen. Zijn vader had een café in de Badhuisstraat. Als het druk was moest het zoontje zichzelf maar vermaken in bioscoop Alhambra of Luxor, voor een dubbeltje op de derde rang en drie cent voor een nogablok in de pauze. ,,Tja, dacht hij, ik mag wel zeggen dat ik door de film ben opgevoed.”

Elich kan zelf niet meer lezen. Zijn dochter leest hem af en toe voor uit zijn boek.

Loek Elich: Veel liefs, je moeder – Brave New Books, 322 pagina’s, 20,- euro.

Dit bericht is geplaatst in Scheepvaart met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *