De Wete, zomer 2017

Iedereen heeft het over de kip en het ei. Dat was honderd jaar geleden niet anders. Toen was de Vreeburger je van hét. Roosanne Goudbeek van het Zeeuws Archief in Middelburg schrijft over die kruising van een vleeskip en een eierlegster in het zomernummer van De Wete.
De cover van het blad heeft betrekking op het artikel van Jules Braat over het post- en telegraafverkeer van de op Walcheren gevestigde Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Op zoek naar de superkip

door Jan van Damme

En we noemen haar Vreeburger. Apetrots waren ze in Domburg in 1903. Een nieuwe kip, een kruising van een Mechelse koekoek en een wyandotte-kip. Dat was een waar kuststukje van Hugo Johannes Vreeburg, directeur van het Badhotel in Domburg.

Behalve hoteldirecteur was Vreeburg (1859-1930) ook lid van de Zeeuwse kippencommissie, onderdeel van de Vereeniging tot Bevordering van de Pluimveehouderij in Nederland (VPN). Die commissie hield zich bezig met de veredeling van – onder andere – hoenderrassen. Vreeburger slaagde erin een vleeskip – de Mechelse koekoek – te kruisen met een eierlegster – de wyandotte.

Roosanne Goudbeek van het Zeeuws Archief in Middelburg kwam in de collecties een foto tegen van een kippententoonstelling in 1906 in Middelburg. Boven de ren is een bord te zien met de tekst: ‘De Vreeburgers, de kippen der toekomst’. Die foto was voor haar aanleiding om naar achtergronden te gaan zoeken. Het resultaat van haar speurtocht is nu te lezen in het zomernummer van ‘De Wete’, het tijdschrift van de Heemkundige Kring Walcheren.

Een Walchers echtpaar poseert bij een ren met Vreeburger kippen, 1906. foto Eppe Holder, collectie C.J. Vreeke, Zeeuws Archief

De ‘superkippen’ van Vreeburg werden in 1906 tijdens de internationale kippententoonstelling in het Middelburgse Schuttershof met de eerste prijs bekroond. De Middelburgsche Courant maakte melding van ‘de kip der toekomst’. Vreeburg kreeg van de VPN een lauwerkrans omgehangen. Hij was ‘ten hoogste verrast’ en zei het uiteindelijke doel was om ‘het hoenderras ten bate van den arbeider en den kleinen boer te verbeteren’.

Ook Karel Meertens (1873-1936) was van de partij op de pluimveetentoonstelling. Hij had een winkel in delicatessen aan de Korte Delft. Maar in 1906 ging hij ook kippenvoer verkopen onder de naam ‘Walchers Ochtendvoer’. Roosanne Goudbeek vond een advertentie in de Middelburgsche Courant, waarin het voer werd aangeprezen onder de titel ‘258’: dat was het aantal eieren dat een Vreeburger in een jaar tijd had gelegd.

Ondanks alle enthousiasme was het succes van de Zeeuwse superkip geen lang leven beschoren. Goudbeek: ,,Waarschijnlijk was de Vreeburger kip een van de vele weinig succesvolle experimenten in Nederland in die tijd.”

In het zomernummer van ‘De Wete’ komt ook de ‘Brand van Middelburg’ in 1940 aan bod. Peter Romein van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie buigt zich over het rapport, dat in het najaar van 2016 over die kwestie werd gepubliceerd. De centrale vraag was: wie is schuldig aan de verwoesting van het Middelburgse stadscentrum, de Duitse of de Franse troepen, of beide? Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) stelde het rapport op. Volgens Romein fungeerde het NIMH als een ‘Rijdende Rechter’, die naar een voor alle partijen verteerbare oplossing zocht. Die oplossing luidde: de precieze toedracht van de brand is niet meer te achterhalen en de mate van schuld daardoor evenmin. Waarop Romijn zijn beschouwing besluit met de conclusie dat historici ook in de toekomst ‘het verwoestend oorlogsgeweld’ moeten blijven onderzoeken.

De Wete, tijdschrift van de Heemkundige Kring Walcheren, 46e jaargang, nummer 3, juli 2017.

 

Dit bericht is geplaatst in Landbouw, Tijdschriften met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *