Wim Hofman (54): Droom

Wim Hofman (1941) is schrijver, illustrator, kunstenaar. In zijn rubriek in de PZC geeft hij wekelijks een proeve van zijn kunnen: in woord en beeld. Die PZC-column wordt elke woensdag op Zeelandgeboekt geplaatst. Eind 2016 verscheen een selectie van zijn columns in boekvorm: Bramen plukken.

,,Jij gaat toch niet slapen?” vroeg de droom, ,,we kunnen toch eerst samen een aantal aardige, opzichtige en lekker genotzuchtige en bovenverstandelijke dingen doen?”

**********************

Droom, vr. dromen

door Wim Hofman

Tot mijn eigen verbazing viel ik in slaap en tuimelde meteen hals over kop verder een droom in. Doel van een lucifer is branden. Het doel van slapen is de droom. Een droom is als een boom. Het doel van een boom is eeuwige uitgestrektheid. Maar de aard van een droom is als die van een deur. Hij dient zowel om ergens naar binnen als naar buiten te gaan. Wees niet bang, dit is geen verhandeling. Dit is slechts de poging van een weergave van een droom.

Ik begroette rustig en afwachtend de droom. Het bleek, bij nader inzien dat het een vrouwelijke droom was, wonderlijk en veelvoudig gevormd, wulps haast en omdat ik vermoedde dat deze droom wel eens geen eind zou kunnen hebben en nooit uit zou kunnen komen, zocht ik naar een begin. Ik bedacht echter meteen dat de droom misschien al geruime tijd bestond en had zij al een aantal jaren als het ware ondergronds haar kans afgewacht en was zij die kans nu met een grote voorsprong aan het grijpen. Denk aan een virus. Denk aan een sluipende ziekte. De droom kreeg nu een enigszins bedreigend, onwelvoeglijk, en een wat platvloers uitdagend
voorkomen.

,,Jij gaat toch niet slapen?” vroeg de droom, ,,we kunnen toch eerst samen een aantal aardige, opzichtige en lekker genotzuchtige en bovenverstandelijke dingen doen?” Ik vroeg me, zonder acht te slaan op het vreemde weinig omzichtige taalgebruik meteen af: tja, wat dan wel? Wat in hemelsnaam zouden wij kunnen gaan doen?

De droom had mijn gedachten al geraden, al was er van raden niet echt sprake want ze vormde op de een of andere heimelijke manier zelf mijn gedachten en ze ging voort: ,,Laat dat maar gerust aan mij over.”  Ze lachte daarbij op zo’n akelig schampere en onheilspellende en vileine manier en veranderde tegelijk op een Freudiaanse manier in  iets dat op een vogelkop leek en waarvan ik prompt wakker schoot.

Men zegt wel dat dromen bedrog zijn, maar hoe is het mogelijk dat je in een droom echt schrikt? Dit tussen haken. De droom bleef me bij, al was ik klaarwakker. Dat moet wel anders had ik haar toch nu niet zo, in alle bescheidenheid, gemakkelijk voor
u op kunnen schrijven?

Dit bericht is geplaatst in Columns met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *