Hans Verhagen: Alle gedichten

verhagenGeen bedoelingen,
daar heb je denkers voor

‘Alle gedichten’ heet de omvangrijke bundel met de poëzie van Hans Verhagen vanaf 1958 tot 2009. De titel had ook kunnen luiden: Vlissingen is overal.

door Mario Molegraaf

De meeste dichters gaan er eens goed voor zitten. Schrijven voor de eeuwigheid. Deze gewichtige missie is niet besteed aan één dichter, Hans Verhagen. Zijn poëzie maakt steevast een haastige indruk, geen tijd, al helemaal niet voor plichtplegingen. Het wonder van zijn werk, met prestigieuze prijzen bekroond en nu door Joep Bremmers zorgvuldig bijeengebracht in ‘Alle gedichten’, is dat het toch blijft. Zij die voor de eeuwigheid schreven, raakten snel vergeten. Bij hem, een dichter van noteer het gauw en rauw, blijf je de noodzaak voelen. Juist de aan moment en locatie gebonden details, door anderen angstvallig gemeden, verlenen deze gedichten algemeenheid. Nu net doordat hij zo dichtbij blijft, wordt zijn oeuvre omvattend.

Nederland, Amsterdam, 11-12-2008; auteur, schrijver Hans Verhagen wint vandaag de P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde, PC Hooftprijs 2009, portret, PC Hooft, op de achtergrond een schilderij van zijn hand, Foto: Joost van den Broek (c)'08

foto Joost van den Broek

Komt dat allemaal door Vlissingen, waar hij in 1939 werd geboren en ook behoorlijk getogen is? Onvermijdelijk denk ik bij zijn gedichten aan deze stad, en dan aan de meest concrete hoek, of eigenlijk uithoek, rondom de Sluiskade, waar trein en ferry vertrekken, waar het loodswezen zetelt en de boeien liggen gestald. Helemaal Hans Verhagen, mystiek van het banale, zoals omgekeerd zijn poëzie helemaal Vlissingen is, al valt de plaatsnaam niet op iedere bladzijde. Een kosmische dichter, maar bij hem komt de kosmos ‘door gootstenen de grote wereld van de riolering’ binnenglijden. Lyrisch, maar dan ‘zo lyrisch als de volle maan van een barakkenkamp’. En misschien nog tegenstrijdiger, gedichten vol emoties terwijl de dichter vindt: ‘Juist in aangelegenheden van gevoel moet je keihard zijn.’

De Noordzee jaagt, er zijn meeuwen en misthoorns. En zoals het in ‘Zeeuwse reportage’ heet: ‘actueel is de branding,/ en natuurlijk het basalt’. Verder zijn er tractoren en 12-tons-motoren, luidruchtige alledag in plaats van stille eeuwigheid. Of een van een muur gekopieerd opschrift (‘Dock & Shipyard. Engine Works’), in dit geval een muur langs de Commandoweg in Vlissingen, zoals bezorger Bremmers behulpzaam uitlegt. Verhagen opent er het gedicht ‘Het skelet v.d. zee’ mee, waarin het aan de mensen gegeven en het door hen gemaakte landschap één geheel vormen. Ze zíjn ook één geheel, natuur en industrie, maar vóór Verhagen wilden de dichters daarvan niet weten.

‘Rozen & Motoren’ noemde hij een baanbrekende bundel uit 1963. Eerder behoorden in de Nederlandse dichtkunst rozen en motoren tot verschillende werelden. Hij scheurde de gordijnen van het zogenaamd verhevene, aan de andere kant haalde hij bijvoorbeeld popmuziek en televisie binnen. Om zo, naar alle waarschijnlijkheid ongewild, de poëzie te redden. Want die heeft om geloofwaardig te blijven steeds weer nieuwe wegen nodig, mag niet worden besmet door de taal van psychologen en pers en politici. De poëzie, in elk geval Verhagens poëzie, is tégen. ‘Die het kwade spreken krijgen steeds meer te vertellen’, weet hij. Deze kwaadsprekers, gericht op direct nut en snel voordeel, halen de schouders op over de dichters ‘nadat we toch de waarheid/ in transparante regels hadden weergegeven’. Ofwel: ‘weer hadden wij snotneuzen gelijk gekregen’.

De poëzie is het domein van de andere stem, van de snotneuzen die trots op hun snotneusschap zijn: ‘Geen bedoelingen – daar heb je denkers voor./ Geen bemoeienis,/ daar hou je honger van./ Geschuifel hier en daar. Voorbijschietende/ doelen.’ De ongelovige geloofsbelijdenis van een dichter die er nooit voor gaat zitten. Een dichter die weet dat de waarheid niet in hemel of paradijs is te vinden, hooguit heel even, op een maandagochtend, in het onbestemde gebied bij de Sluiskade.

Hans Verhagen: Alle gedichten. Bezorgd door Joep Bremmers – Nijgh & Van Ditmar, 752 pag., 45,- euro.

Dit bericht is geplaatst in Poëzie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *