Column: Uitgedroogd

janHet is gevaarlijk om over droogte te schrijven. Wedden dat binnen de kortste keren het water met bakken uit de hemel valt? Toch heb ik het risico genomen. Een soort regendans, zeg maar.

Een boer die zijn aardappelen water geeft, dat is verontrustend

door Jan van Damme

Vooralsnog ben ik een roepende in de woestijn. Mijn gewaardeerde collega’s op de krant kijken me inmiddels een beetje meewarig aan. Daar heb je hem weer met zijn droogte, hoor ik ze denken. Een enkeling zonder tuin of met alleen grint en terrastegels zegt het ook hardop.

Kijken we vanuit ons PZC-kantoor in Vlissingen naar buiten, dan staan de bomen op de parkeerplaats volop in het blad en lijkt het Kanaal door Walcheren op peil. Maar zet je je bril op: de grasvelden zijn geler dan ze groen zijn. En het groen is vooral onkruid, schat ik in, want zo goed worden de grasstroken langs het kanaal niet onderhouden.

Het waaide de afgelopen dagen, niet zo’n beetje ook. De buitjes die vielen verdampten voor ze de grond raakten. Langs wegen en straten ligt veel afgewaaid blad. Een vroege herfst, opperde ik tegen mijn overbuurman. Die keek me aan alsof hij het in Keulen hoorde donderen. Zijn onweer trok in elk geval niet over de koppen van de Zeeuwse eilanden en Cadzand.

Een onheilsprofeet heeft het soms bij het goede eind. Dat begin ik te denken doordat de poelen langs mijn Brigdamse wandelpad nu kunnen figureren in natuurfilms, waarin smachtende bizons en olifanten na dagen zinderende zon een oase bereiken waarvan de waterput uitgedroogd is. Prompt krijg je dan een schedel in beeld van eentje, die het niet heeft gehaald.

Deze week begon ik echt nattigheid te voelen. Langs mijn wandelroute woont een boer, die in zijn tuin en op enkele stukjes land groente verbouwt voor de horeca. Geloof het of niet, gisterochtend had hij zijn tuinsproeier tussen de aardappelen gezet. Nu ben ik geen agrariër, ook geen echte tuinier, maar u zal het met me eens zijn: een boer die zijn aardappelen water geeft, dat is verontrustend.

Weerkundigen en waterstaters houden zich gedeisd. Ze kennen hun pappenheimers, als zij het woord ‘droog’ in de mond nemen krijgt onze net opgekrabbelde economie meteen een knauw.

We pakken een pils, een grote. Daar is het in elk geval weer voor.

PZC 15 juni 2017)

Dit bericht is geplaatst in Columns met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *