Wim Hofman 46: Betrapt

Hofman2juniWim Hofman (1941) is schrijver, illustrator, kunstenaar. In zijn rubriek in de PZC geeft hij wekelijks een proeve van zijn kunnen: in woord en beeld. Die PZC-column wordt elke woensdag op Zeelandgeboekt geplaatst. Eind 2016 verscheen een selectie van zijn columns in boekvorm: Bramen plukken.

Ze keek me streng aan. Ik had je gezegd, dat je toch maar één pruim mocht hebben. Er waren er drie en nu zie ik er maar ééntje meer. Hoe kan dat.

 

Betrapt

door Wim Hofman

Het was nog oorlog , 1944, en veel dingen waren moeilijk te krijgen en haast alles was op de bon. Hoe mijn moeder aan drie gedroogde pruimen kwam is mij nog steeds een raadsel. We waren met ons drieën, mijn moeder, mijn broer Zweitze, en ik. Mijn vader was nergens. Ze legde de pruimen in een zilveren schaaltje en zette dat in een kastje met een glazen ruitje ervoor. Achter het ruitje lag een wit kleedje met een randje van kant, stond een lepelvaasje, en er waren wat kopjes en schoteltjes. In het glas van het ruitje was een gleufje geslepen, zodat je het raampje open kon schuiven.

Mijn moeder ging weg, misschien om mijn broer te halen. Hij was ouder en slimmer dan ik en ging dus al naar school. Voordat ze ging zei ze: Wim, je mag één van die pruimen hebben, ze zijn lekker. Braaf zijn hoor!

Toen ze de deur uit was. Keek ik een tijdje naar de pruimen, donkere, gerimpelde dingen in een blinkend schaaltje. Het duurde niet lang of ik schoof met mijn wijsvinger het raampje open. Zo’n pruim was inderdaad lekker, had een sterke smaak en was zoet. Er zat een pit in waar je op kon sabbelen.

Toen mijn moeder terugkwam stond ik nog bij het kastje, met de pit in mijn mond. Ze keek en zag dat in het schaaltje nog maar één pruim lag. Ze keek me streng aan. Ik had je gezegd, dat je toch maar één pruim mocht hebben. Er waren er drie en nu zie ik er maar ééntje meer. Hoe kan dat. Heb je er twee opgegeten?

Ik had er geen twee opgegeten. Ik had, omdat de eerste pruim zo lekker was, ook een tweede uit het schaaltje gehaald en had staan twijfelen of ik die ook in mijn mond zou stoppen. Ik had de pruim nog in mijn hand en liet hem aan mijn moeder zien. Ik weet niet of mijn moeder daardoor minder boos was, want boos bleef ze en ze had het over stelen en dat was iets wat je nooit, nooit moest doen.

Mijn broer gaf mij zijn pruim. Hij hield niet zo van zoet.

Zo leer je dingen. Rekenen, maar ook wat je wel en niet hoort te doen.

 

Dit bericht is geplaatst in Columns met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *