Wim Hofman 39: Bezoek aan een oude bunker

hofmanWim Hofman (1941) is schrijver, illustrator, kunstenaar. In zijn rubriek in de PZC geeft hij wekelijks een proeve van zijn kunnen: in woord en beeld. Die PZC-column wordt elke woensdag op Zeelandgeboekt geplaatst. Eind 2016 verscheen een selectie van zijn columns in boekvorm: Bramen plukken.

Hij zal hebben zitten luisteren als de stilte viel en het geronk van de vliegtuigen afnam en de lucht leeg was en grijzer leek dan ooit. Maar hij wist: dit is het einde niet. Ze komen terug, ze komen altijd terug. Immer.

******************************************

BEZOEK AAN EEN OUDE BUNKER

door Wim Hofman

De jongens klommen meteen de bunker op. Het was een groot gevaarte, een van de Stützpunkte die de Wehrmacht hier ooit nodig had om het duizendjarig rijk te verdedigen. De bunkers waren oersterk, van Eisenbetonskeletbau en de meeste waren wel bombestendig. Of ze zo lang mee hadden gekund, weet ik niet. Duizend jaar lijkt me lang. En de ideeën van de Nazi’s waren waanzinnig. Velen geloofden er heilig in, omdat ze nu eenmaal ergens in wilden geloven. Maar er zullen ook wel veel Duitsers geweest zijn die in stilte naar hun voorhoofd hebben gewezen.

Bij het bekijken van het betonnen gevaarte vroeg ik me af hoe Jan soldaat, of hoe een Duitse soldaat dan ook genoemd wordt, zich hier aan het eind van de oorlog in zo’n vreemd gebied en bij zo’n bouwsel gevoeld moet hebben. Vooral als hij geronk in de verte hoorde en er weer Lancasters aan de hemel verschenen en als dan, een tijdje later, het verschrikkelijke bombarderen begon. Hij zal zich wel graag in de bunker hebben verschuild. Maar wat dacht hij dan?

Hoe lang gaat dit duren? Wat als we een volle lading krijgen? Wat doe ik hier? Waar wachten we op? Van welke kant zullen ze komen? Uit de lucht? We lusten ze rauw. Hoe lang houden we het hier uit? Zou ik ooit weg mogen? Hoe zou het thuis zijn? Mmm, Bratkartoffeln. Zo te zien heb ik wel heel hard op mijn pijp geknauwd.

Hij zal hebben zitten luisteren als de stilte viel en het geronk van de vliegtuigen afnam en de lucht leeg was en grijzer leek dan ooit. Maar hij wist: dit is het einde niet. Ze komen terug, ze komen altijd terug. Immer. Ze hebben oneindig veel bommen. Er is geen ontsnappen aan. En hij floot misschien zachtjes Lili Marleen tussen zijn tanden. Misschien voelde hij zich wel als iemand die op de doodstraf zit te wachten…

De jongens gleden van een scheef stuk van de bunker af. En ik bekeek het grijze bouwsel, een bijzonder stuk architectuur, uitermate sterk en functioneel van vorm. maar nu ook een monument van overmoed en halsstarrigheid.

Dit bericht is geplaatst in Columns met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *