De Rondgangers

2787_001Kastjesvinters in de delta

Ze kwamen aan de deur: de scharensliep en de petrolieman. Phons Bakx geeft de kastjesvinters een geschiedenis en een gezicht.

door Jan van Damme

Loophandel is een gangbare term. Leuren ook, net zo goed als venten. We hebben het over de mannen en vrouwen, die eeuwenlang met hun waren en diensten aan de deur kwamen. De scharensliep, de visleurder, de voddenkoopman, de petrolieman en nog veel meer. Ambulante handel – dat is een chique omschrijving. Tot halverwege de 20ste eeuw waren marskramers een algemeen verschijnsel. Toen verdwenen ze uit het straatbeeld en gingen we met z’n allen naar vaste, gevestigde winkels.

Middelburger Phons Bakx heeft een vuistdikke studie gewijd aan wat Zeeuwen de ‘kastjesvinters’ noemen. Zijn boek ‘De Rondgangers’ heeft een lange ondertitel: ‘de verdwenen volkscultuur rond colporteurs, zwervers en koekkramers in de Zeeuwse delta, Vlaanderen, Brabant en zuidelijker’. De in Sluis geboren Bakx (1956) heeft in Zeeland en ver daarbuiten naam gemaakt als bespeler van de mondharp. Over dat muziekinstrument publiceerde hij in 1992 ‘De gedachtenverdijver – de historie van de mondharp’. Ook als maskermaker geniet hij bekendheid.

Het boek biedt een geschiedenis van de loophandel. We lezen dat de ‘nomadische rondgangers’ over het algemeen tot het allerarmste deel van de bevolking behoorden. ‘Mersenier’ was een hoogmiddeleeuwse benaming, die later veranderde in ‘marskramer’. Het beroep stond niet in hoog aanzien, er waren ook tijden dat de ‘venters’ werden gedemoniseerd – dat ze werden opgejaagd wegens landloperij of andere vergrijpen. Of gewoon in een kwaad daglicht werden gesteld, zoals in de Zierikzeesche Nieuwsbode van 5 april 1887: ‘Iedere morgen verlaat een heirleger aan personen met manden, rollen, kasten en kisten, met of zonder hittewagen, ezelskar, kruiwagen of dergelijk vervoermiddel, het stedeke Ter Goes, om zich als een heirleger van sprinkhanen in alle rigtingen over de Bevelanden te verspreiden’.

De ‘loophandelaars’ bereikten de vaak eenzame mensen op het platteland. Daar kwamen ze aan de deur met artikelen, die noodzakelijk waren voor onderhouds- en herstelwerkzaamheden. Zoals spelden, naalden, lampoliekousjes, vingerhoeden, schaartjes, linnengaren, sajet, elastiek, haarspelden en luizenkammen. Er waren ook handelaars, die zich toelegden op etenswaar. Zoals de visleurders van Arnemuiden. Tussen 1890 en 1970 werden ongeveer 118 zelfstandige vis- en garnalenventers geteld in het stadje, een grotere concentratie dan waar ook in Zeeland.

Bakx schrijft in zijn boek ook levensverhalen van rondgangers. Hij baseert die grotendeels op gesprekken met mensen, die de zwervers en leurders hebben gekend. Lompenkoopman Bram Fenijn, bekend als Schuuw’n Bram trok begin vorige eeuw met zijn hond en kar door het land van Cadzand. Kennelijk geen familie maar wel naamgenoot was Izaak Bram Fenijn: hij genoot als Sloeber bekendheid in heel Zeeuws-Vlaanderen en was allesbehalve een lieverdje. In de jaren 1924-1938 was zijn lijst veroordelingen lang: voor diefstal, weerspannigheid tegen de marechaussee, openbare dronkenschap, landloperij en bedelarij. In Oost-Zeeuws-Vlaanderen was Gustaaf de Smet alias Huust Krukke gekend als zwerver-schooier-touwventer op krukken, hij had maar één been. En Spieker, de makaronventer van Heille.

Betekenisvolle figuren allemaal, bivakkerend aan de rand van de samenleving. Ze zijn overleden, hun stiel is verleden tijd. Maar Phons Bakx zorgt nu met zijn boek dat ze niet, nooit vergeten worden.

*****************

Phons Bakx: De Rondgangers, de verdwenen volkscultuur rond colporteurs, zwervers en koekkramers in de Zeeuwse delta, Vlaanderen, Brabant en zuidelijker – Uitgave van Stichting Antropodium, 378 pagina’s, 25,- euro (exclusief portokosten). Het boek is per e-mail te bestellen: phonsbakx@antropodium.tweakdsl.nl

Dit bericht is geplaatst in dialect, Geschiedenis, Ondernemend Zeeland met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *