De Ramp bij de Schelphoek

schoofNa 64 jaar duiken er nog steeds bijzondere verhalen van de rampnacht in 1953 op. Jaap Schoofs nieuwste boekje gaat over de Schelphoek bij Serooskerke.

Jaap Schoof – foto Ernesta Verburg

Het water greep de woonwagen van Bertus Blom en zijn gezin en smeet hen met geweld tegen een achterliggende dijk in de Schelphoek. Dat was hun redding, maar tegelijkertijd konden ze geen kant op. In de slaper waren ook gaten geslagen en dus restte niets anders dan wachten op hulp. Die kwam – twee ijskoude nachten en dagen later – te laat voor Peter (3) en Cornelis (5) Blom. De jongens raakten onderkoeld en stierven. Toen een sloep langs voer en Bertus en zijn hoogzwangere vrouw aan boord namen, moesten ze hun zoontjes achterlaten. De boot zat al overvol, voor de lichamen was geen plek meer.

Meer dan driehonderdvijftig persoonlijke verhalen van pakweg een uur hebben projectleider Jaap Schoof en Jan Oosterloo op film staan in het kader van het oral history project van het Watersnoodmuseum. ‘Slechts’ vijftig uur kon tot dusver worden bewerkt tot een overzichtelijke presentatie van drie tot zes minuten per persoon. Nog eens zo’n zevenhonderd belevenissen zijn opgeschreven. En daarnaast beschikt het Ouwerkerkse museum over een databank van meer dan dertigduizend foto’s waarop de gevolgen van de dijkdoorbraken op 1 februari 1953 te zien zijn. En toch duiken er nog steeds nieuwe verhalen op, die de Ramp verder kleuren.

Schoof (72) heeft vijftien bescheiden boekjes samengesteld die stuk voor stuk inzoomen op een specifieke gebeurtenis van de Ramp. Zijn meest recente productie belicht de dijkdoorbraak bij de Schelphoek en het toenmalige landbouwhaventje Lantaarn. Dertig boerderijen en huizen in het achterliggende gebied werden door de golven verzwolgen. ,,Daar werd op 1 februari het grootste en diepste gat in de dijk geslagen”, vertelt Schoof. ,,Het is ook de enige plaats waar in 1953 land is prijsgegeven aan de zee en verder landinwaarts een nieuwe dijk is aangelegd.” Schoof wist met een neef die daar toen woonde verreweg de meeste bewoners van de getroffen woningen te achterhalen. Op een luchtfoto heeft hij de huizen met bijhorende namen genummerd.

,,Als je zo ver bent, wil je op een gegeven moment ook meer te weten komen over die families. Zo kwam ik ook uit bij Kees de Pender. Op een eerste luchtfoto zie je een schip tegen de glooiing van het haventje liggen. Een paar dagen later ligt dat schip veilig buitengaats. De Pender had zijn trossen op tijd losgemaakt, zodat de boot niet lek zou slaan op de kade.” Het schip was te groot en log om slachtoffers te evacueren uit het gebied, aldus Schoof. ,,Dat ging alleen met sloepen.”

Twee gezinnen woonden in een wagen. Bertus Blom en Stan Simons waren machinist op een dragline en reisden hun graafwerk achterna. Over Simons vond Schoof terug dat hij uit Ossendrecht kwam en is hertrouwd. Hij verloor zijn vrouw en vier kinderen bij de Ramp. Ze hadden hun toevlucht gezocht in het huis van de familie Verboom, maar dat mocht niet baten.

Hoe het uiteindelijk met Blom en zijn hoogzwangere vrouw is afgelopen, zou Schoof ook graag te weten komen. Zijn zoektocht naar nabestaanden loopt tot dusver steeds stuk. Blom kwam oorspronkelijk uit Amsterdam.

Het boekje is binnenkort in een beperkte oplage verkrijgbaar in het Watersnoodmuseum.

Dit bericht is geplaatst in Watersnood met de tags . Bookmark de permalink.

2 reacties op De Ramp bij de Schelphoek

  1. Kinnie Kooistra schreef:

    Hallo bertus,
    Ik ben Kinnie, kintje was mijn tante.
    Ik zou graag contact willen
    Mvg kinnie

  2. Adrie Ypma - van den Hoek schreef:

    Hallo Jaap Schoof,
    Stan Simons heeft bij mijn ouders en oom en tante aan de Hoosjesweg tot maandagmiddag op zolder gezeten.
    Voor meer contact.
    Mvg Adrie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.