Het nieuwe vogels kijken

vdh9789025304577De schrijver Kester Freriks (62) is een enthousiaste vogelaar. In Het nieuwe vogels kijken speurt hij, vaak in Zeeland, naar de zeldzaamste soorten.

door Mario Molegraaf

Kijk uit je raam en je ziet vast een vogel. Sommige trouwe vogelgasten in mijn tuin krijgen zelfs namen. Zo was er een kleine kauw met een grote handicap, hij ging als Eenpoot door het leven. Met veel brioche, bruinbrood beliefde hij niet meer, is hij een paar jaar extra op dat ene been gebleven. En zie, daar is Robo, het roodborstje dat de lekkerste hapjes uit de voerbak van het konijn Zwervertje pikt. Genieten van zulke alledaagse soorten, ik ben daarmee gedegradeerd tot een aanhanger van het oude vogelkijken. De mannen (vrouwen zijn schaars in dit wereldje) van het nieuwe vogelkijken jagen juist op zeldzaamheden. Op soorten die nooit eerder in Nederland zijn gezien.

freriks-catherine-hermans-rvKester Freriks – foto Catherine Hermans

Het is een vriendelijke jacht, met ogen in plaats van kogels, toch zitten er merkwaardige kanten aan. De bekendste soorten verdwijnen in een angstaanjagend tempo. Heb je dit jaar eigenlijk wel een koekoek gehoord? Maar door de fanatieke vogelaars en hun fantastische kijkers lijkt het of we voortdurend soorten rijker worden. Kester Freriks schrijft in ‘Het nieuwe vogels kijken’ aanstekelijk over ‘het virus van het wedstrijdvogelen’. Hij zet tweehonderdvijftien onverwachte nieuwkomers vanaf alpengierzwaluw tot en met zwartkopgors op een rij. Zelf is hij duidelijk gegrepen door het virus. Trots vertelt hij over zijn brilzee-eend te Breskens: ‘Ik had het licht mee, zodat de verentooi oplichtte.’ Of over zijn eerste geelpootmeeuw, gezien te Amsterdam: ‘Op een vuilnisbak zittend streed hij met een zilvermeeuw.’

Voor zzz-vogels (jargon voor zeer zeer zeldzaam) moeten de vogelaars vaak naar Zeeland. Freriks vertelt over de Amerikaanse bosruiter in het Bokkegat (Noord-Beveland) en over de blauwe rotslijster zomaar nabij Westkapelle. Ook bij Westkapelle was in 2002 vier minuten lang Wilsons stormvogeltje te zien. Er vlogen roze pelikanen boven de Neeltje Jans. Veere mocht zich verheugen op de eerste Nederlandse waarneming van de kleine topper, waarvoor je anders bijvoorbeeld naar Hawaï moet. Terwijl Tholen, in 1922, de primeur had van de Amerikaanse smient.

Verhalen zo verrukkelijk dat je bijna vergeet dat er een harde wedstrijd achter zit. Maar dan komt het relaas van de middelste Canadese gans uit de Prunjepolder (Schouwen). Een commissie bemoeide zich ermee: ‘De veldwaarneming is niet aanvaard’. De zeldzaamste Zeeuw is stellig de stekelstaartgierzwaluw. O, die namen waarvan je gaat dromen. ‘Donkere verschijningen boven stormachtige zeeën,’ is Freriks oordeel over de donsstormvogel. Ik kijk richting raam. Wenkt daar Nederlands eerste wenkbrauwalbatros?

Kester Freriks: Het nieuwe vogels kijken. Tweehonderd en meer zeldzame vogelsoorten in de Lage Landen. Met een keuze van vogelprenten uit de Artis Bibliotheek door Jop Binsbergen – Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 336 pag., 24,99 euro.

Dit bericht is geplaatst in Natuur met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *