Verslag van de uitreiking van de Zeeuwse boekenprijzen

ldm06/11/2016 - Middelburg - winnaars Zeeuwse Boekenprijs - links Arjen Fortuin en rechts Chris de Stoop

PZC van maandag 7 november 2016

En de enige écht deskundige jury is…

Boekhandelaren, publiek en vakjury reikten zaterdag (5 november 2016) de prijzen uit voor de beste Zeeuwse boeken. De meest prestigieuze telde zelfs twee winnaars. (foto Lex de Meester: links Arjen Fortuin, rechts Chris de Stoop).

door Ernst Jan Rozendaal
Middelburg
Wat is de belangrijkste boekenjury? Die vraag keerde terug bij elke prijs die zaterdagavond werd uitgereikt op het jaarlijkse feestje van het Zeeuwse boek in Middelburg. In het gebouw van ZB / Planbureau en Bibliotheek van Zeeland werden drie boekenprijzen en zes aanmoedigingen uitgereikt. In een uur tijd werd toegewerkt naar de bekendmaking van de meest prestigieuze, de prijs waarover een zeskoppige jury elk jaar een avond lang vergadert in de Campveerse Toren in Veere.
De eerste laureaat was Rob Ruggenberg, journalist en auteur van historische jeugdromans. Voor zijn hele oeuvre kreeg hij de Prijs van de Zeeuwse Boekhandel, die dit jaar voor de vierde keer werd uitgereikt. „Voor mij is dat de prijs van de échte vakmensen, de échte vakjury”, zei hij. „Waar zou een schrijver zijn zonder de boekhandelaar, die schakel tussen hem en de lezer?” Hij haalde een uitspraak aan van de Vlaamse auteur David van Reybrouck: „Zonder bezielde boekhandels schrijven wij in het ijle.”
Het voelde, zei hij, 53 jaar nadat hij verliefd werd op de provincie: „Alsof Zeeland nu ook van mij houdt.”

ldm06/11/2016 - Middelburg - Zeeuwse Boekenprijs - winnaar PZC prijs - Rieks Veenke

Met zijn opmerking over de jury gooide Ruggenberg onbedoeld een steen in de vijver. PZC-redacteur Jan van Damme reageerde erop, voordat hij de PZC-Publieksprijs uitreikte aan Middelburger Rieks Veenker, voor het jeugdboek De Tuinen van Ginder, dat hij maakte met vormgever en illustrator Coen Hamelink. „De belangrijkste prijs…?”, vroeg van Damme veelbetekenend, met een ironisch lachje richting Ruggenberg. De suggestie was duidelijk. Is het publiek niet de belangrijkste jury? (foto Lex de Meester: rechts Rieks Veenker, links Jan van Damme).
Via de site van de PZC werden dit jaar 4585 stemmen uitgebracht op in totaal 80 boeken. Veenker was de onbetwiste winnaar, met 1122 stemmen. „De stem des volks”, aldus Van Damme. „Je zou het een soort referendum kunnen noemen, daar hebben we de laatste jaren in Europa goede ervaringen mee.”
De prijs gaat naar de schrijver die het beste zijn sociale netwerk weet in te schakelen, relativeerde Van Damme. Als er boeken meedoen uit vissersdorpen uit Arnemuiden of Breskens, gaan auteurs zelfs langs de deuren en zetten ze stembussen in de bejaardentehuizen. Veenker erkende dat hij volop campagne had gevoerd. „Ik heb bijna net zoveel persoonlijke mails verstuurd als dat ik stemmen heb gekregen.”
Vervolgens was de beurt aan de jury. Nadat elk jurylid een Accolade had uitgereikt, een aanmoedigingsprijs in zes verschillende categorieën, onthulde de voorzitter, commissaris van de koning Han Polman, wie dit jaar de Zeeuwse Boekenprijs mee naar huis mocht nemen. „We weten inmiddels wat dé deskundige vakjury is. Dat zijn wij niet”, zei hij met een knipoog naar Ruggenberg, „maar we zijn wel de jury van de Zeeuwse Boekenprijs.”
De afgelopen dertien jaar was het de jury elke keer gelukt één winnaar aan te wijzen, maar dit keer niet. „De gemeenplaats ‘er kan maar één winnaar zijn’ wordt bij deze veertiende editie van zijn sokkel gehaald, verfrist en vervangen door: ‘er zijn twee winnaars’”, aldus Polman. Zowel Arjen Fortuin – voor de biografie van uitgever Geert van Oorschot – als Chris de Stoop – voor Dit is mijn hof – werd naar voren geroepen om een cheque van 1000 euro en een handgemaakt tegeltje van een Zeeuws meisje in ontvangst te nemen. Fortuin schreef ‘een wetenschappelijk boek dat opvalt door zijn leesbaarheid en lichte toets’, aldus de jury, en De Stoop ‘een prachtig, krachtig pleidooi voor mensen in het nauw, de bijna-ontpolderden, de boeren die moeten wijken voor havenindustrie en natuurontwikkeling’. Polman: „De auteurs vertegenwoordigen twee schrijftradities in ons taalgebied, de noordelijke, descriptief afstandelijke en de zuidelijke, inlevend nabije. Het is niet verwonderlijk dat die twee elkaar in dit grensgebied van noord en zuid kruisen.”
Voor De Stoop was het zijn eerste Nederlandse prijs na veel nominaties, voor een boek, zo zei hij, ‘dat diep van binnen komt’. „Dat over de teloorgang van ons boerenland gaat en waarmee ik hoop een bijdrage aan een duurzaam en leefbaar platteland in de 21ste eeuw te leveren.” Fortuin zei te sympathiseren met De Stoop. „Ik had zelf niet verwacht de Zeeuwse Boekenprijs te krijgen voor een boek waarin de held na 35 van de 800 pagina’s de provinciegrens al heeft overschreden om slechts incidenteel nog terug te keren.”

 

************************

Commentaar PZC 5 november 2016

De jury is er om te kiezen

Voor de veertiende editie van de Zeeuwse Boekenprijs werden 80 boeken ingezonden. In totaal zijn er meer dan 125 auteurs, illustratoren en fotografen bij betrokken, vertelde juryvoorzitter Han Polman zaterdagavond. De publicaties komen van zestig uitgeverijen uit Nederland en Vlaanderen en zijn onder te verdelen in negen verschillende genres. Zoals altijd veel fictie, maar dit jaar ook opvallend veel jeugdboeken. „Het schrijven is in opmars in Zeeland”, concludeerde hij.
Dat de Zeeuwse literatuur floreert, is ongetwijfeld mede te danken aan de door de boekhandels georganiseerde Week van het Zeeuwse Boek. Hoogtepunt daarin is elk jaar de uitreiking van de Zeeuwse Boekenprijs, een initiatief van hoofdredacteur Paul van der Velde van het Zeeuws Tijdschrift, die zaterdag mede hiervoor tot Officier in de Orde van Oranje Nassau werd benoemd.
De prijs werd in 2003 in het leven geroepen om Zeeuwse boeken te promoten. Met de jaren is het prestige gegroeid, onder meer door landelijk bekende winnaars als Annejet van der Zijl, Oek de Jong en Jan Vantoortelboom. Landelijke uitgevers adverteren ermee als hun auteur wint.
Dit jaar ging de prijs naar twee auteurs die buiten de provincie een grote naam hebben: Arjen Fortuin en Chris de Stoop. Zowel Geert van Oorschot, uitgever als Dit is mijn hof verdient de prijs ten volle. In die zin is de besluiteloosheid van de jury begrijpelijk. Toch is het de vraag of een prijs gediend is met twee winnaars. Nu lijkt het vooral of de Zeeuwse Boekenprijs blij is met deze twee toppers, meer nog dan dat de winnaar blij zou moeten zijn met de Zeeuwse Boekenprijs. Hoe moeilijker de keuze, hoe eervoller de prijs. De juryleden hadden moeten kiezen. Daar zijn ze voor.

Dit bericht is geplaatst in Boekenprijs met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *