Oscar

Het was maar een halve regel in een persbericht, waardoor we erachter kwamen. Mijn collega Rolf Bosboom zag het staan: de nieuwe roman van Jan Siebelink speelt voor een belangrijk deel in Zeeuws-Vlaanderen. Met de uitgeverij gebeld. Klopt dat, waar is de schrijver te bereiken, is er een pdf-tekst beschikbaar? Een dag later zit ik met Jan Siebelink in hotel Du Commerce in Middelburg. Zo snel kan het gaan. Zie ook de PZC van morgen, zaterdag 28 januari 2012.

Oscar is een bijna on-Siebelinkse roman. Om twee redenen. Wie eerdere boeken van hem gelezen heeft, weet dat hij houdt van breed opgezette vertellingen, die honderden bladzijden mogen uitwaaieren. De herfst zal schitterend zijn, één van zijn eerdere romans die ik altijd noem, puur vanwege de titel, en het onwaarschijnlijk succesvolle Knielen op een bed violen (2005) zijn daarvan twee sprekende voorbeelden. Zijn nieuweling is met 125 pagina’s ronduit bescheiden. Siebelink vindt dat zelf ook wel. Hij zegt bewust alle zijpaden en nevenplotjes te hebben overgeslagen om zich op dat ene verhaal te kunnen concentreren.

De tweede reden dat we het niet over een ‘gewone’ Siebelink hebben, ligt in het onderwerp. Oscar vertelt over een dwingende vriendschap tussen twee leraren en een lerares in de jaren 1938-1945. Een oorlogsboek dus. En tot nu toe heeft de auteur zich niet met de oorlog ingelaten. Nou ja, wel figuurlijk natuurlijk. In menselijke verhoudingen zitten vaak ook elementen van strijd, opoffering en vernedering. En wat te denken van een jonge leraar, die zich staande moet zien te houden in een klas vol met pubers. Dat kan – Siebelink is zelf leraar Frans geweest – ook oorlog zijn.

De keren dat ik Siebelink op tv of foto’s van hem in tijdschriften en kranten heb gezien, heeft hij altijd rode schoenen aan. Misschien moet ik daar de volgende keer eens naar vragen. Het geeft hem iets zwierigs, jongs, en hij zal er vast iets mee willen zeggen. Ook in Middelburg is hij rood beschoeid. Een hele dag op pad met een cameraploeg van Nieuwsuur, het NOS-programma dat met hem een item over zijn boek wil maken. Walcheren was koud en nat, hij moet even bijkomen met een kop erwtensoep.

Ik tel in de gauwigheid meer dan dertig titels op zijn site. Een gedreven schrijver, als je bedenkt dat hij in 1975 debuteerde. Hij beaamt het: ,,Schrijven is een grote troost, en ik beleef er veel geluk aan. Ik denk dat ik met mijn boeken lezers ook geluk en troost schenk.” Hij is in 1938 in Velp geboren. Zoon van een bloemist, opgegroeid in een streng protestants milieu.

Dan over Oscar, het oorlogsboek. Siebelink (foto Mechteld Jansen) heeft zelf levendige herinneringen aan de laatste oorlogsjaren. De richting Duitsland overvliegende eskaders bommenwerpers, de te vroeg neergevallen V1’s, Duitse soldaten die tussen de kassen doormarcheerden, zijn vader die twee keer werd opgepakt voor de arbeidsinzet. ,,Er werden soldaten begraven op de begraafplaats die grenst aan onze kwekerij. De kisten staken dwars door de haagbeuk onze moestuin in. Een van de kisten raakte een rabarberblad. Ik hoor het mijn moeder nog zeggen: Ik wil dit jaar geen rabarber meer eten.”

Oscar van Kervel is de hoofdpersoon. In 1945 is hij officier bij de RAF. Al gauw blijkt dat hij tijdens de oorlog carrière moet hebben gemaakt. In de roman zijn drie tijdszones in elkaar vervlochten. De jaren vlak voor de oorlog, mei 1940 en 1945, als de oorlog voorbij is. Oscar is voor de oorlog een jonge, beetje bangige leraar Engels op een gymnasium in Den Haag. De mobilisatie brengt een ommekeer. Hij blijkt een vaste hand van schieten te hebben en niet snel in paniek te raken. Pag. 42: ,,Ik begin van de oorlog te houden, sinds de mobilisatie ben ik een ongekend leven binnen gegaan.” Dat is dus precies het omgekeerde van wat Oscars vriend Id Bodien overkomt. Die is in de vooroorlogse jaren de gevierde leraar, tegen wie Oscar opkijkt. In de oorlog blijkt Id niet stressbestendig. En dan is er Esmée Sondaard. Ik noem haar maar even de femme fatale – in die zin dat ze natuurlijk een splijtzwam in de vriendschap van de twee mannen is.

Oscar en Id komen bij het Commando Zeeland in Middelburg, in de Koepoortstraat terecht. Daar krijgen ze de opdracht twee koffers met 5 miljoen gulden van de Nederlandse Bank in de Gortstraat via Duinkerken naar Engeland te brengen. Die tocht wordt beschreven, van Breskens via Sluis tot Duinkerken. Met mooie beelden van – wat Siebelink noemt – een op drift geraakte wereld. In 1945 doen Oscar en Esmée die tocht nog eens over, op haar verzoek.

(foto: Jan Siebelink op een balkon van hotel Du Commerce in Middelburg).

Er komen passages in het boek voor, waarin je als lezer voelt dat Siebelink zelf in legersferen heeft verkeerd. Dat klopt. Hij vertelt dat hij rond 1960 vier jaar in het leger heeft gezeten. Het was de tijd van de Cubacrisis, straaljagers stonden klaar, die konden binnen negen minuten boven Berlijn zijn. In motorvliegtuigjes heeft hij heel wat stunts meegemaakt. En hij had een pistool, dat was immers de organieke bewapening. Als hij over de kogelvanger schrijft, het schoonmaken van het wapen, dan zit daar veel eigen ervaring in.

Is Oscar een goed boek? Als u het mij vraagt: ik heb het met veel plezier gelezen. Siebelink maakt bepaald geen bordkartonnen personages, ze zijn van vlees en bloed. Het einde, de catasrofe zie je wel aankomen. Maar daar zit nog een staartje aan: Esmée, die het heft in handen neemt. Ja, sterk.

Jan Siebelink: Oscar – roman, Uitgeverij De Bezige Bij, 125 pagina’s, 17,50 euro.

Dit bericht is geplaatst in Proza met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.