De Zilveren Poort

mecranMecran staat zijn mannetje

Cliff Riemens uit Terneuzen houdt van fantasy. Hij leest graag over fantasiewerelden. En hij schrijft er graag over.

door Jan van Damme
Hebben koken en schrijven iets met elkaar te maken? Die vraag dient zich aan als je het fantasy-boek De sage van Mecran van Cliff Riemens (1986) uit Terneuzen onder ogen krijgt. De schrijver werkt als kok bij Brasserie Westbeer op de Scheldeboulevard in zijn woonplaats. Goochelen met ingrediënten om iets smakelijks op tafel te zetten, dat is wat hij doet. Hij zegt: ,,Een kok moet creatief zijn. Voor een schrijver is dat niet anders. Dat ik als kok werk heeft ongetwijfeld bijgedragen aan mijn plezier in het schrijven.’’

Terneuzen 20160816 Schrijver Cliff Riemens bij de Otheense kreek

Riemens (foto Camile Schelstraete) las altijd al graag fantasyboeken van Amerikanen als Robin Cook en Stephen King. Toen hij in 2011 Kruistocht van de Tempeliers van Robyn Young las, dacht hij, ‘dat kan ik ook’: ,,Het plot besloeg tien bladzijden, vervolgens ging het verhaal nog achthonderd pagina’s verder. Niet moeilijk, dacht ik. Na drie A4’tjes was ik meteen genezen. Het bleek heel lastig om een sluitend verhaal te schrijven.’’
In 2014 pakte hij de pen weer op: ,,Mijn vriendin was ziek, ik moest haar helpen. Verder had ik mijn baan van zestig uur in de week. Ik had afleiding nodig. Omdat ik er onbevangener in stond dan de eerste keer, ging het schrijven toen wel.’’
Zo ontstond De Zilveren Poort, het eerste deel van De sage van Mecran, 174 pagina’s lang. Wat de titel betreft dankt Riemens zijn moeder. Als Cliff een meisje was geweest, vertelde ze hem, dan had hij Carmen geheten. De letters van die naam heeft hij door elkaar gehusseld. Daarom heet de hoofdfiguur in zijn boek nu Mecran.
Dat zijn verhaal aan Lord of the Rings doet denken, heeft hij vaker gehoord. Riemens: ,,Ik heb de films van In de ban van de ring gezien. Het boek heb ik ooit gelezen. Maar dat vond ik niet geweldig.’’
Mecran is een wees. Het boek begint als hij bijna 18 jaar wordt en op het punt staat een zelfstandig bestaan op te bouwen. Hij leeft in – laten we zeggen – de middeleeuwen. In elk geval in een tijd dat ruiters hoog in aanzien staan, er gevochten wordt met zwaard en schild en er zeker nog geen gemotoriseerd verkeer is. Mecran is een ervaren zakkenroller. Op één van die laatste dagen in het weeshuis wordt hij gesnapt. Als hij tussen galg en leger mag kiezen, kiest hij voor het leger. In feite een uitgestelde dood, want de lagere klasse maakt in het leger niet veel kans om te overleven.
Hoofdpersoon Mecran doet dat echter wel. Sterker nog: hij onderscheidt zich in moed en tactisch inzicht, hij schopt het tot officier.
Het verhaal speelt in het (verzonnen) koninkrijk Ju’Van met de hoofdstad Vatcha. Als Mecran met zijn legeronderdeel naar de stad Van aan de rand van de woestijn wordt gestuurd, begint het wapengekletter pas echt. Daar stuiten ze op zogenaamde Thag’güls, oorlogszuchtige wezens die van de Elfen afstammen. Zij bedreigen het koninkrijk.
Aan de zijde van koningszoon Napur staat Mecran zijn mannetje. Zij krijgen steun van Elfen, die ook door de Thag’güls worden aangevallen. In een tussendoortje wordt duidelijk dat de Elfen niet te vertrouwen zijn. Aan het eind van het boek ontmoet Mecran een stoere vrouwelijke smid. Zij gaat mee op expeditie in het Elfenland. Hoe dat afloopt lezen we in deel 2, dat in november verschijnt.

Cliff Riemens: De Zilveren Poort, deel 1 van De sage van Mecran – Uitgeverij Boekscout,
174 pagina’s, 17,95 euro.

Dit bericht is geplaatst in fantasy met de tags . Bookmark de permalink.

2 reacties op De Zilveren Poort

  1. Ronny schreef:

    Heel leuk boek. We w8ten op deel 2.

  2. Jan Schuitvlot schreef:

    Een boek dat spannend is en fijn om te lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *