Van Dalia 99: De een-na-laatste

vandalevignet

Rein Leentfaar uit Breskens schrijft een wekelijkse column voor Zeelandgeboekt over de Dikke Van Dale. Over het nieuwe, misschien laatste papieren woordenboek. Ook van het Groene Boekje verscheen een nieuwe editie. Wat Rein uit de Van Dale haalt boeit. Je krijgt net weer eens een andere blik op een woord of een begrip, waaraan je in het dagelijkse leven gedachteloos voorbij gaat. Deze keer: De een-na-laatste.

De een-na-laatste

Honderd columns voor de PZC is genoeg: ik stop ermee. Dit is nummer 99, waarom die dan aanduiden als de een-na-laatste? Met koppeltekens nog wel. Nou, die woorden vormen één geheel en daarom schrijven we ze als zogenaamde samenkoppeling met koppeltekens, net als de twee-na-laatste, de drie-na-laatste en de vier-na-eerste. Dat laatste is een beetje onzinnig, zult u zeggen, en dat is ook zo: dat is gewoon de vijfde. Als je van voren af aan telt, zijn die ingewikkelde omschrijvingen niet nodig.

Het is nog wel grappig op te merken, dat de ‘op een na laatste’, de ‘op vier na laatste’ en de ‘op vier na eerste’ (dus met ‘op’ erbij) wél los geschreven worden. Hoezo, de Nederlandse spellingregels onlogisch? Inderdaad: die regels zijn hier en daar nauwelijks te filmen. Waarom ‘klip-en-klaar en ‘up-to-date’ mét koppeltekens en ‘frank en vrij’ en ‘hemel en aarde’ zonder? Wie het weet mag het zeggen. Het Groene Boekje komt ook niet veel verder dan: zoek dat maar op in een woordenboek!

Toch is er een wezenlijk verschil tussen de ‘drie-na- laatste’ en de ‘op drie na eerste’. Denk in dat laatste geval maar dat je aan de finish van een wielerkoers staat. Als je op tijd bent en nummer 1 ziet finishen, is de ‘op drie na eerste’ gewoon nummer vier. Maar stel je ziet voor de bezemwagen uit de drie laatste (pardon: de laatste drie) renners binnenkomen, hoeveelste zijn die dan? Zelfs als je weet, dat er 100 renners gestart zijn, kun je hun positie niet met zekerheid bepalen. Immers: er kunnen onderweg wel 3, 4 of 5 (maar ook 0) deelnemers zijn uitgevallen … Wat je zeker weet is, dat ze twee-na-laatste (op twee na laatste, ook wel: voorvoorlaatste), een-na-laatste (op een na laatste, ook wel: voorlaatste) en laatste (rodelantaarndrager) zijn.

Overigens blijft spelen met taal altijd leuk. Ik suggereerde hiervoor dat de ‘drie laatsten’ niet zou kunnen. En binnen één groep (wielrenners) kan dat ook niet: daar is er maar één de laatste. Edoch: als je verslag doet van de etappes 13, 14 en 15 hebben die wel degelijk elke ‘een laatste’ en als je die bij elkaar neemt, zijn dat dus wel degelijk de drie laatsten. Zo hebt u ook geleerd, dat een ‘enigst’ kind hartstikke fout is. Ook dat is maar betrekkelijk: als je bijvoorbeeld een gezinnetje met maar één kind hebt, is dat een ‘enig’ kind. In dat verband is ‘eniger’ en ‘enigst’ inderdaad onzin.
Maar ‘enig’ betekent ook nog ‘leuk’. In dat verband kun je wel degelijk zeggen: Annie is een enig kind, maar Jannie is een nog eniger kind en Tannie is van die drie het enigste kind. Zo subtiel is taal.

U begrijpt het al: die was mijn een-na-laatste, op een na laatste, voorlaatste column voor de PZC. Maar ik had misschien al die moeite niet hoeven doen – er waren hier immers geen ‘uitvallers’ – en is het gewoon nummer 99 (negenennegentig)!
Enfin: tot de laatste dan maar, nummer 100 (honderd), al heeft dat nou ook weer andere betekenissen, ‘het toilet’, met name in hotels etc., daar draagt het toilet vaak (kamer)nummer 100!

NicLeentfaar2.jpgRein Leentfaar – foto Peter Nicolai

Dit bericht is geplaatst in Woordenboek met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *