Van Dalia 98: Tussen

vandalevignetRein Leentfaar uit Breskens schrijft een wekelijkse column voor Zeelandgeboekt over de Dikke Van Dale. Over het nieuwe, misschien laatste papieren woordenboek. Ook van het Groene Boekje verscheen een nieuwe editie. Wat Rein uit de Van Dale haalt boeit. Je krijgt net weer eens een andere blik op een woord of een begrip, waaraan je in het dagelijkse leven gedachteloos voorbij gaat. Deze keer: Tussen.

Tussen

Er zijn heel wat bussen, dussen (van het bijwoord dus, eigenlijk geen meervoud!), gussen (dikwandig gietijzer om ronde staven goud te gieten en: grindzand; helaas hebben deze beide betekenissen van gus’ geen meervoud …), hussen (de hele hus = troep, boel, zooi en (schertsend) hussen met zinkhoorns of met prikken, met sukenerie en wat water erover, hussen met je neus ertussen = antwoord op de nieuwsgierige vraag: wat eten we vandaag?), jus d'orange (hier is meervoud van jus gewoon ook jus), kussen, lussen, mussen, pus = etter (geen meervoud), Russen (inwoners Rusland), russen (rechercheurs of bepaalde planten), van zijn sus (geen meervoud) draaien of vallen = flauwvallen, en zussen. Tussen deze zelfstandige naamwoorden hoort het voorzetsel tussen op zich niet thuis.

Het woord ‘tussen’ komt zo vaak voor, dat ik hier en daar uit Van Dale maar een greep doe: 1) tussen de regels door, 2) tussen hemel en aarde (in de lucht), 3) hij komt tussen elf en twaalf, 4) tussen licht en donker, 5) tussen de buien door, 6) tussen hoop en vrees zweven en 7) tussen twee kwaden kiezen. Dit alles uit VD’s lemma ‘tussen.

Veel woorden beginnen met tussen, een selectie: 1) tussenuur (op school), 2) tussentrein (in de’spits), 3) tussen-s (de eerste s in dorpsstraat), 4) tussenpaus (figuurlijk: tijdelijk aangestelde leider die alleen maar aanblijft tot de opvolging van zijn voorganger definitief is geregeld), 5) tussen-n (zoals in bessensap), 6) tussen-e (zoals in armelui), 7) tussen-de- orenziekte (ingebeelde ziekte) en 8) tussendag (ingelaste dag, schrikkeldag).

Er zijn ook veel woorden die op tussen eindigen: 1) ertussen (= daartussen): iemand ertussen nemen = beetnemen en ertussen komen = (bij een gesprek) onderbreken, 2) ervantussen: ervantussen gaan = ervandoor gaan, de plaat poetsen, 3) hiertussen – raakte hij bekneld, 4) intussen = middelerwijl, inmiddels: eindelijk vertrok de bezoeker, het eten was intussen koud geworden en intussen = evenwel: het vriest, maar intussen loopt zij nog zonder jas!, 5) ondertussen = middelerwijl, inmiddels: hij had ondertussen de kamer verlaten en ondertussen = niettegenstaande, niettemin: zij komen er ondertussen al heel ongelukkig af , 6) roedecactussen en statussen horen hier duidelijk niet bij … en 7) waartussen = tussen welke.

Vervolgens wijs ik nog op het Latijnse ‘inter’ dat ook ‘tussen’ betekent: 1) inter alia = onder andere, 2) inter amicos = onder vrienden, 3) interbancair = tussen banken, 4) interbellum = periode tussen 2 oorlogen, 5) intercity (trein tussen steden), 6) internet, 7) intercom, 8) inter jocos et seria = tussen scherts en ernst, 9) interlandwedstrijd = tussen landen en 10) intervaltraining = met tussenpozen.

Ten slotte moet ook het Latijnse ‘intra’ met betekenis binnen, tussen, onder, vermeld worden. Voorbeelden: 1) intracellulair = binnen de cellen, 2) intramuraal = binnen de muren (van een ziekenhuis, verpleeghuis), 3) in parietes privatos = onder vier ogen, 4) intraveneus = binnen de ader (vena = ader) en 5) intrazonaal = binnen een bepaalde zone; let op: interzonaal is tussen bepaalde zones.

Zo luitjes, tabee, ik ga ervantussen!

NicLeentfaar2.jpgRein Leentfaar – foto Peter Nicolai

Dit bericht is geplaatst in Woordenboek met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *