In de Putten

puttenPZC van donderdag 23 juni 2016

Nieuwe natuur is een teken van beschaving en vooruitgang

Bioloog Dirk Draulans neemt de handschoen op. Hij begrijpt dat boeren in de Doelpolders niet graag wijken voor de aanleg van nieuwe natuurgebieden. Maar er is volgens hem alle reden om dat juist wel te doen. Er is nog landbouwgrond genoeg. En juist de boeren hebben een aanslag op de natuur gepleegd.

door Jan van Damme
Het was vorig jaar Chris de Stoop die de kat de bel aanbond. In zijn veelgeprezen boek Dit is mijn hof schrijft hij over de polders onder de rook van de Antwerpse haven. De Prosperpolder, de Hedwigepolder. De boeren daar worden volgens de Vlaamse auteur opgeofferd aan industrie en natuur. De havenbaronnen en de groenen hebben – nog steeds volgens De Stoop – een pact gesloten ten koste van de traditionele landbouw.
Het was wachten op een ferm geformuleerd antwoord uit de natuurhoek. Dat antwoord is er nu. Het is 528 pagina’s dik en het heet In de Putten, natuurdagboek uit een conflictlandschap. Auteur is Dirk Draulans. Hij is – zeker in België, maar toch ook een beetje in Nederland – een gekend bioloog en journalist. Zijn lijst van boekwerken is imposant, van literaire thrillers tot oorlogsreportages uit Afrika. Voor Canvas en de VPRO reisde hij de wereld rond in het kielzog van Charles Darwin.
Pikant detail: De Stoop en Draulans waren ooit bevriend. Maar van die vriendschap is volgens Draulans weinig meer over. In zijn boek beschuldigt De Stoop natuurbeschermers van oneerlijke praktijken. Ten onrechte, weet Draulans zeker. En De Stoop weigert volgens Draulans in debat te gaan. Dat neemt hij hem ook niet in dank af.
dirk

Foto: Cheese Photography

Dirk Draulans (Turnhout, 1956) is een warm pleitbezorger van natuurbelangen. Hij woont op een boerderijtje bij Kieldrecht. Voor de boeren in de directe omgeving is hij een ‘Groene Jongen’. ,,Ik heb wel eens doodsbedreigingen gehad’’, vertelt hij. We wandelen naar een vogelkijkhut met uitzicht op het nieuwe natuurgebied Doelpolder Noord. Het is een jaar of vijf geleden aangelegd. Draulans heeft een telescoopkijker met statief op zijn schouder. Als hij die in stelling heeft gebracht, hebben we uitzicht op een nat weidegebied. Er huist een meeuwenkolonie: kokmeeuwen en zwartkopmeeuwen. Momenteel is het betrekkelijk rustig, omdat de meeste jongen al zijn vertrokken. Met de kluten is het even iets minder gesteld. Een groot deel van hun nesten is weggespoeld, de waterstand in het gebied is door de overvloedige regenval van de afgelopen weken ongekend hoog.
Draulans schreef een jaar rond zijn gedachten over en waarnemingen in een ‘conflictlandschap’. De vogelkijkhut staat op een punt, waar alle belangen bij elkaar komen. Aan de noordkant de ‘nieuwe natuur’. Aan de zuidelijke kant een groot perceel met bieten. In oostelijke richting decoreren havenkranen, containers en de koeltorens van de kerncentrale de einder. Die kerncentrale is zo dichtbij, dat je de door een speaker op het bedrijfsterrein aangekondigde lunchpauze kunt horen.
De boerderijen in de directe omgeving zijn nog bewoond. Het zal naar schatting een paar jaar duren voor alle protesten en formaliteiten zijn afgehandeld. Maar dan wordt ook de Doelpolder Midden onder water gezet en mogen natuurbeschermers hun gang gaan. De boeren zullen elders hun heil moeten zoeken. ,,Het gaat om misschien twintig boeren, meer niet. Er is nog landbouwgrond genoeg’’, zegt Draulans.
Hij weet hoe er over hem en zijn natuurbondgenoten wordt gedacht: het is de schuld van de groenen dat de boeren moeten vertrekken. Het klopt volgens hem dat de haven en de natuurbeschermers de handen ineen hebben geslagen: voor elke havenuitbreiding worden natuurcompensatiegebieden aangelegd. Draulans: ,,Voor de boeren is dat judasverraad. Maar voor een deel hebben ze dat aan zichzelf te wijten. Als ik terugdenk aan mijn jeugd, dan is er sindsdien veel natuur verdwenen door de steeds industriëler opererende landbouw. Op al die grote akkers, daar zie je geen enkel beestje meer. De gele kwikstaart is één van de weinige vogels die zich heeft aangepast. Landbouw en natuur hadden meer verweven kunnen blijven, als de boeren meer aandacht hadden gehad voor kleine landschapselementen. Ik snap het best, voor de boeren is het nu niet aangenaam, ze zitten in het defensief en voelen zich in de steek gelaten.’’
Binnen twintig jaar, voorspelt Draulans, zien de Doelpolders er ‘geweldig’ uit. Het is geen hoofdzaak voor hem, maar hij wil best benadrukken dat natuur ook nuttig kan zijn. Onder water gezette polders vangen sediment op, ze verminderen het risico van overstromingen. Straks is er sprake van ecotoerisme. Dat brengt geld op. Draulans: ,,Ik ben geen aanhanger van het concept ‘groei’. Vooruitgang ten koste van dieren? Wie zijn wij, mensen, dat we soorten zomaar de vernieling in helpen. De grutto is één van mijn lievelingsvogels. Die gedijt hier in dit gebied. Dat we nu natuur aanleggen is voor mij een bewijs dat onze maatschappij goed draait. Zo goed, dat we vogels en andere natuur mee kunnen nemen in ons verhaal naar de toekomst. Je voelt dat het mogelijk is om natuur, die we zijn kwijtgeraakt, terug te halen.’’

Dirk Draulans: In de Putten, natuurdagboek uit een conflictlandschap – Uitgeverij Polis, 528 pagina’s, 22,50 euro.

****************************************

Ik vind mijmermomenten fantastisch, zonder muziek, zonder mails, zonder telefoongedoe

De Vlaamse bioloog Dirk Draulans heeft in 2015 een natuurdagboek bijgehouden. Kieldrecht is zijn standplaats. In zijn boek vertelt hij over de haven Antwerpen en de natuur.
De schrijver pleit voor rust.
Pagina 79: ,,Ik lag vandaag uren in mijn luie zetel, te lezen, te mijmeren en te kijken of er toch geen zeearend voorbij zeilde. Ik doe dat dikwijls. Ik denk dat ik meer in mijn zetel naar buiten zit te kijken dan dat ik voor de televisie hang. Je weet nooit welke verrassing er uit de lucht zal vallen – dat is een van de aantrekkelijke aspecten van vogelkijkerij. (…)
Ik vind mijmermomenten fantastisch, zonder muziek, zonder mails, zonder telefoongedoe, alleen met mijn gedachten en de latente hoop dat er een dier voor je opduikt. Daarenboven geeft het gemijmer me de kans om orde op zaken te stellen in mijn hoofd, iets wat de meeste mensen, vrees ik, te weinig doen. (…) Mensen gaan slapen met hun iPad, worden wakker met hun iPhone en vinden dat ze voortdurend verbonden moeten zijn met de rest van de wereld. Ik vind van niet. (…) Ik ben geneigd te denken dat we regelmatig mentaal tot rust moeten komen. Mijn venster op de wereld van Putten West biedt me ruimschoots die gelegenheid.’’

 

Dit bericht is geplaatst in Dagboek, Landbouw, Natuur met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *