De logee

2256_001Het schrijven was een uitlaatklep voor hem, zegt Michel de Bruin. Een jaar of tien geleden begon hij aan zijn roman. Zijn vader was toen net overleden. Nu ligt het boek er, onder de titel De logee. Een uitgave via Boekscout. Ik vind dit lastig. Is zo’n verhaal het waard om in druk te worden verspreid? Mijn advies aan Michel en vele schrijfgenoten van hem: bewaar je roman voor de familiekring. En als je er echt mee naar buiten wilt treden: schakel een uitgever in, die kan adviseren en corrigeren en misschien zelfs je manuscript kan afwijzen. Zo voorkom je dat je blij bent met een eigen boek, dat beter je laptop niet had kunnen verlaten.

De Bruin is 45 jaar, opgegroeid op Goeree Overflakkee, woont sinds 1998 in Vlissingen. Hij heeft als stuurman op de kustvaart gezeten, nu werkt hij bij Amels. Schrijven is een hobby, laat hij weten. De roman De logee is het resultaat.

Het verhaal in het kort. Cas en Marianne zijn een jong, liefderijk stel van rond de dertig. Ze zijn verliefd op elkaar, ze wonen samen, werken beiden, lijken het goed te hebben. Dan dient Doortje van Gilze zich aan. Ze werkt bij Marianne in de ‘dumpwinkel’, ze kennen elkaar van de lagere school. Doortje (28) is van haar vriend af en is dringend op zoek naar tijdelijk onderdak. Ze trekt in bij Marianne en Cas. Daarmee blijken ze een ongelooflijke intrigante in huis te hebben gehaald, die het hele huishouden wil overnemen. Binnen de kortste keren hangt de verjaardagskalender van Doortje op de wc, en niet veel later heeft ze het huis heringericht. Tot woede van Cas presteert ze het om een aquarium in de huiskamer te zetten. Bovendien is ze nog vegetarisch ook. Ze bestelt pizza’s zonder vlees en gooit de vleesvoorraad uit de diepvries weg. Wat Doortje doet gaat van kwaad tot erger.

Tot zover het verhaal. Ik zal het verdere verloop en de afloop niet verklappen.

Waarom dit verhaal nog niet in boekvorm had moeten verschijnen? De hele opbouw is veel te traag, saai chronologisch en qua taal en uitleg te wijdlopig. Bovendien zijn de gebeurtenissen hoogst onwaarschijnlijk. Je mag als schrijver je fantasie de vrije loop laten, maar in een realistische roman moet het verhaal wel realistisch blijven. Het gaat dan vooral om het in scène gezette auto-ongeluk en het vervolg daarop – dat is wel heel uitgekiend allemaal.

Wat me ook stoort is de seks. Nu weet ik dat er bijna niets moeilijker is dan over lichamelijke toestanden schrijven. De Bruin doet het heus niet overmatig. Maar zijn Cas en eigenlijk alle mannen die in het verhaal voorkomen zien toch weinig meer dan tieten en konten. Ze denken ook aan weinig meer dan dat. Ik lees niet graag over ‘kleine doorkijkslipjes’ (pag. 125). En als de schrijver in het hoofd van een vrouwelijk hoofdpersoon kruipt, sla ik die passage liever over (pag. 32): ,,Terwijl Doortje alleen in het bed ligt in het krappe logeerkamertje, kan ze alleen maar zuchten. Ze denkt aan de twee jongens, die vanavond in de kroeg verlekkerd naar haar zaten te lonken. Ze waren hooguit een jaar of twintig. Plotseling voelt ze dat haar gedachten aan Jullian en Rob (zoals ze zich aan haar voorstelden) haar opwinden. Het duurt slechts enkele minuten eer haar slipje nat wordt. Ook flitsen er beelden door haar heen over enkele ‘lekkere’ kerels die ze vandaag in het winkelcentrum heeft gezien. Haar opwinding is op dat moment niet meer te stoppen en haar slipje wordt steeds natter.” Dat gaat zo door tot en met een ‘fleurig gekleurde dildo’.

Tegen het eind van het verhaal komt er nog een flinke portie niet mis te verstaan geweld voor. Pagina 212: ,,Dan draait hij haar om en ziet haar gezicht. Hij haalt vol uit met zijn vuist. Als hij zijn vuist terughaalt, ziet hij dat de meeste kiezen en tanden eruit liggen. Haar mond zit vol bloed. Hij schudt haar hoofd, zodat het bloed weg kan lopen en ze niet kan stikken in het bloed.”

Nogmaals, beste freepress-schrijvers, zoek een uitgever die uw literatuur kan wegen en begeleiden. Dan heb je zoals in dit boek geen persoonsverwisseling nodig voor een dramatische afloop. En is er vast een corrector die uitlegt dat iemand die uitgeloot wordt voor een studie (pag. 237), juist níet mag gaan studeren.

Michel de Bruin: De logee – Uitgeverij Boekscout, 268 pagina’s, 20,36 euro.

Dit bericht is geplaatst in Proza met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *