Schrijverscorner 55: Wilma Geldof

GELDOF_ElkeDagEenDruppelGif_VP+rug.inddVorig jaar was Wilma Geldof (1962) groot nieuws, toen haar roman Elke dag een druppel gif de Thea Beckman-prijs 2015 won. Het was me niet duidelijk dat de schrijfster Zeeuwse wortels had. Haar vader werd in 1919 geboren in Vrouwenpolder. Dat is de reden dat Wilma Geldof nu in de Schrijverscorner opduikt. Met een ‘Zeeuwse’ biografie, die ze speciaal voor deze gelegenheid schreef. En een fragment uit haar bekroonde boek.

 

SONY DSC

Bio met aandacht voor mijn Zeeuwse roots

‘Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen,’ zei mijn vader vroeger. En hij kon het weten, want hij – obsessief gelovige Zeeuw – trouwde een Groningse uit een niet-christelijk milieu. Het was geen gelukkig huwelijk.

Elke avond als mijn vader naar het weerbericht op tv keek, lachte hij in zijn vuistje als het weer in Zeeland mooier was dan dat in Groningen. En dat was vaak zo. Maar wij woonden niet in Zeeland en zijn lach was vals. Bedoeld voor de vrouw die hij consequent aanduidde als ‘zijn vechtgenote’.

Mijn vader is in 1919 geboren in Vrouwenpolder, in een klein boerengezin. Door zijn tirannieke gedrag werd hij een bepalende factor in mijn leven, maar van zijn achtergrond weet ik weinig. Hij wilde graag gehoord worden, maar niet over de persoonlijke dingen die ik wilde weten.

‘De Zeeuwse taele is de mooiste taele van oalemaele!’ zei hij geregeld. Hij was trots op zijn Zeeuwse afkomst, trots op zijn Zeeland alsof hij zelf de schepper ervan was. Toch verliet hij Zeeland vóór de oorlog. Misschien verhevigde de afstand tot zijn geboortegrond zijn liefde juist. Misschien waren wij, mijn moeder, broer en zussen, veel te dichtbij.

Hij verhuurde twee vakantiehuizen in Kortgene en Koudekerke, waar wij zelf als gezin ook veel vakanties doorbrachten. Ik hield van de stranden, van de zomers met ijsjes, aardbeien en bolussen, van Kamperland, het Veerse Meer, Middelburg, Vlissingen en van staren naar het schuimende water achter de veerboot naar Breskens. En ik hield van namen als Goeree-vlak-over-Kee.”  Mijn vader hield van de Zeelandbrug. Zodra de autowielen de brug raakten vertelde hij trots en elke keer opnieuw hoe lang die brug was (5022 meter).

In 1974 werd mijn vader werkloos en vanaf dat moment verbleef hij vaak in Zeeland, in Oostkapelle. De vrijheid van een vaderloos gezin beviel ons best.

Ik zie mijn vaders invloed in de keuzes in mijn leven, zowel in werk (psychiatrie, geen slechte keus) als in het aangaan van relaties met foute mannen. En ook in ‘Elke dag een druppel gif’ – het belangrijkste boek dat ik tot nu toe heb geschreven – is mijn vader niet ver weg. ‘Elke dag een druppel gif’ is een historische roman over een overtuigd NSB-kind. Het is bekroond met de Thea Beckmanprijs 2015. Zonder mijn vader had ik deze roman niet kunnen schrijven; hij was fout in de oorlog. Hij was NSB’er en heeft gedurende tweeënhalve maand als bewaker voor de OT, Operatie Todt Walcheren gewerkt, een organisatie die bunkers bouwde.

Het verleden van mijn vader is voor mij lang een taboe geweest. Ik schaamde me ervoor. Ik wilde niet over mijn vader schrijven. Mijn man bracht mij in contact met Dick Woudenberg. Dick, nu 86 jaar, was het eerste NSB-kind dat in 1970 aan journaliste Bibeb in Vrij Nederland zijn verhaal deed. Via hem heb ik ‘Elke dag een druppel gif’ kunnen schrijven. Wat ik wilde uitzoeken: de schuld en schaamte terwijl je zelf niet actief iets fout hebt gedaan – daar ging het mij persoonlijk om.

Ik geloof dat ik mijn vader en zijn verleden achter mij heb kunnen laten. Zeeland niet. Ik hou nog altijd van het Zeeuwse land.

**********************************

Fragment uit Elke dag een druppel gif:

Op een middag, toen Maarten in de richting van de binnenstad slenterde, zag hij Moshe en Eva een eind verderop op de Nieuwe Gracht. Hij herkende Moshe meteen aan zijn losse, nonchalante manier van lopen en zijn lange smalle gestalte. Eva leek nog dunner geworden en ze bewoog zich rustiger dan hij zich herinnerde. Ze droegen allebei de gele Jodenster op hun grijze jassen.
Geschrokken bleef Maarten staan. Toen gingen zijn mondhoeken omhoog, zoals altijd als hij Eva zag, en kwam hij weer in beweging. Hij wilde als Moshe gaan lopen en breed naar Eva lachen, net als vroeger, maar durfde dat niet. Misschien gaven zij, zoals de meeste mensen, de NSB de schuld van die ster en dat ze niet meer in parken en zo mochten komen. Alsof hij dat niet idioot vond. Alsof alle NSB’ers tegen Joden waren.
Aan de glimlach op Eva’s mond zag Maarten dat Eva hem had herkend. En Moshe met zijn ondoorgrondelijke glimlachje ook, al keek de jongen terwijl hij met zijn zusje zijn kant op kwam zo’n beetje langs hem heen. Natuurlijk gingen ze niet meer rennen, en het duurde een eeuwigheid voor hij hen eindelijk was genaderd.
Pas op het laatst lachten ze onbevangen naar elkaar.
‘Ha, Eva, ha, Moshe,’ zei hij zacht.
‘Hoi,’ zei Eva. Moshe knikte alleen.
Ze bleven staan. Maarten richtte zijn blik op de strikken in Eva’s bruine vlechten, die nu bijna tot haar middel reikten, tot hij de moed vond haar aan te kijken. Moshe had zijn gezicht weggedraaid.
‘Komen jullie van school?’
Eva knikte.
‘Ook hier in de buurt?’
Ze keek hem aan. ‘Ja, in de Wilhelminastraat.’
Over Moshes gezicht gleed een geringschattende blik. ‘De Schouwburgstraat heet dat nu,’ zei hij.
‘Hoe is het?’ vroeg Maarten.
Eva haalde haar schouders op en keek naar haar broer.
‘Binnenkort krijgen we een oproep,’ zei Moshe. ‘Dat zegt mijn vader. Dan moeten we weg. Naar een kamp. Misschien wel naar Duitsland.’
‘Ik heb een kat…’ begon Eva.
‘Gaat-ie mee?’
‘Nee, hè hè!’ barstte Eva uit. ‘Die mag niet mee!’ Meteen daarna viel ze weer stil. Ze draaide haar hoofd weg.
‘Ach, Tijgertje kan zich best redden.’ Moshe keek naar hem alsof hij om bijval vroeg.
‘O ja,’ zei Maarten. ‘Katten redden zich altijd.’
Alle drie zwegen ze.
‘Ik zal thuis vragen of ik voor Tijgertje mag zorgen,’ zei Maarten toen.
Eva richtte haar ogen op de zijne. Haar ogen waren weer stil en ernstig. Ze fonkelden niet meer, maar waren dof als het roet op de potkachel thuis.
‘Jullie willen niet weg, hè,’ zei hij.
‘Nee, wat denk je?’ zei Moshe.
Opnieuw bleef het stil. Maarten slikte, wilde hen troosten. ‘Onze Leider is in Dachau geweest,’ zei hij. ‘Om alles te controleren. Het was er goed, dat heeft-ie zelf gezegd.’
‘Jullie leider?’ vroeg Moshe.
‘Anton Mussert,’ zei Maarten.
‘Geloof je dat?’ Eva keek hem onverwacht doordringend aan. Haar donkere ogen boorden
zich met zo’n intensiteit in de zijne dat de wereld om hem heen achteruitdeinsde.
‘Echt! In januari is hij er geweest,’ zei Maarten, maar zijn stem klonk al zwakker.
Moshe legde zijn hand op de schouder van zijn zusje en keek Maarten zo treurig aan dat hij schrok. Eva draaide haar hoofd, plukte aan de strikken in haar vlechten en zei niets meer.
Moshe zei dat ze ervandoor moesten.
Maarten keek Moshe en Eva na. Zwijgend liepen ze langs het water en verderop staken ze de brug over.
Hij had veel meer moeten zeggen. Misschien had hij met hen af kunnen spreken. Als hij hen weer tegenkwam, zou hij dat vragen.
Hij keek de gracht over en wachtte tot Eva zich net als vroeger naar hem om zou draaien, maar dat deed ze niet.

(fragment pagina 124, 125)

Dit bericht is geplaatst in Schrijverscorner met de tags . Bookmark de permalink.

2 reacties op Schrijverscorner 55: Wilma Geldof

  1. Christel schreef:

    Hoi Wilma, Zo dapper wat je hebt gedaan! Je schaamte onder ogen gezien. Wat Niet alleen dat, je hebt hem zelfs vermeenvuldigd! Je hebt hem opgeblazen als een luchtballon, totdat hij knapte. Het i immer niet langer meer jouw schaamte, maar die van ons allen. Doen we nu niet hetzelfde als de jongen in jouw boek? Wegkijken van het probleem, alsof het niet bestaat? Aarzelend maar sterk beinvloed door anderen, ouderen, politiek?

    Ik heb niets meegemaakt van jouw verhaal, maar heb toch een onverwachte overeenkomst: mijn Zeeuwse jeugd! Elk jaar naar Koudekerke: naar Piet Hein voor patat en om ons dagelijkse ijsje te halen, trampoline springen ’s avonds of naar de paarden’, de eindeloze duinwandelingen. Het Vebenabos waar ik ’s ochtends alleen door het bos liep naar de kampwinkel, om de Telegraaf voor mijn vader te halen Of naar de rand liep waar koeien? graasden en waar ik gedichten ging zitten schrijven.

    Ook wij gingen naar Zoutelande en Kamperland. Met 6 meiden. (Oorspronkelijk allemaal geboren in Breda.) De oudsten op de fiets, vanuit Terneuzen. De imperiaal van de kever volgestouwd. Bij Zoutelande logeerden we in pension de Zeemeermin, schopte ik een ruit in tijdens een ruzie met mijn zusje, stikte mijn oma bijna in een vissengraatje en ontdekten we een bunker uit de tweede wereldoorlog.

    En hier ontmoeten onze verhalen elkaar weer. We zijn beiden uit bouwjaar 1962. Wie weet hebben we ooit met elkaar gespeeld, ergens aan het strand of in de duinen, hebben we zoete bramen geplukt of schelpjes en zeesterren gezocht. Wie zal het zeggen? 🙂 Het is in elk geval mijn dierbaarste en mooiste jeugdherinnering. Ook aan mijn vader. Want ook hij was in mijn jeugd al vroeg afwezig. Weet heel weinig over hem. Pas toen hij zwaar Alzheimer had kon ik weer bij hem. Werd hij weer zoals ik hem in mijn jeugd kende. Maar die 2 weken met hem aan zee … die maken nog steeds veel goed 🙂 wellicht ben ik daarom naar een eiland vertrokken, waar het eeuwig zomer is 🙂

    It brings back so many memories
    Altijd als ik naar Nederland kom
    zoek ik mijn heil daar
    daar voel ik me veilig
    aan die Zeeuwse kust
    Koudekerke
    het Vebenabos
    Piet Hein.
    Zelfs een keer met mijn dochter
    die geboren en getogen is op Bonaire
    ze deed de zelfde dingen
    die ik op oude foto’s deed
    dat was vreemd
    verleden en heden liepen dwars door elkaar heen.

    Any ways
    ik wist niet dat we een stukje verleden deelden 🙂

    Liefs van een strandvriendinnetje 🙂

  2. Wilma Geldof schreef:

    Dank je voor je fijne reactie, Christel!
    Wat mooi gezegd: de schaamte opgeblazen als een luchtballon tot hij knapte. Sterke metafoor.
    Ja, wie weet hebben we elkaar ooit ontmoet op een Zeeuws strand. Of elkaar in zee gezien.
    Bijzonder dat dementie mensen soms ook juist dichterbij kan brengen.
    Lijkt me een goed keus: Bonaire. Ach! Jij bent natuurlijk Christel C! Ja hè?!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *