Zeeuwse schrijvers 65: Pieter Louwerse

louwerseMario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver. Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 65, Pieter Louwerse (1840-1909): ,,Hij is eveneens de dichter van zo’n andere eeuwige tophit, ‘Waar de blanke top der duinen’.”

Wuift met doek en muts!

Pieter Louwerse

door Mario Molegraaf
Pieter Louwerse heeft het allemaal. Een straatnaam en een beeld, beide in Oost-Souburg, waar hij in 1840 werd geboren. Desondanks is hij, naar te vrezen valt zelfs in Oost-Souburg, een vergeten schrijver. Vergeten is in ieder geval zijn naam, flarden van zijn werk bleven wel degelijk. Geen dag gaat voorbij zonder dat ergens in het land zijn ‘Op de groote, stille heide’ wordt gezongen. Ondanks die stille heide méér dan luidkeels. Hij is eveneens de dichter van zo’n andere eeuwige tophit, ‘Waar de blanke top der duinen’, uitlopend op de leus ‘’k Heb u lief, mijn Nederland.’
Het past niet helemaal in de maat, maar voor ‘Nederland’ mag je eventueel ‘Zeeland’ invullen, want ondanks tegenslagen (in 1850 stierf zijn moeder, het jaar daarna zijn vader) is hij altijd van zijn land van herkomst blijven houden. Een kinderloze oom uit Vlissingen ontfermde zich over hem en uiteindelijk kon de jonge Pieter aan de slag als onderwijzer, onder meer in Goes en in Den Haag. Door toenemende doofheid moest hij in 1888 stoppen met zijn werk. Hij overleed in 1909, nadat hij door een niet gehoorde tram was aangereden.
Zijn gaven als onderwijzer en verteller was hij gaan gebruiken in populaire boeken, vaak aangekondigd als ‘geschiedkundig verhaal voor oud en jong Nederland’. Meer dan eens keerde hij in zijn geschriften terug naar zijn geboortestreek. Denk aan Vlissinger Michiel, waarin we De Ruyter volgen van jochie tot held, onthaald in zijn stad: ‘Wel, schreeuwt de kelen heesch, brave Zeeuwen! Wuift met doek en muts!’ Of denk aan Vlissingen in 1572, waarin het niet alleen 1572 is en we ook ver buiten Vlissingen kijken. In een rijmpje uit dit boek peilt Pieter Louwerse de aard van de diverse Zeeuwen: ‘Drie Zierikseeënaars, twee advocaten./ Drie Tolenaars, twee soldaten./ Drie Goessenaars, twee bouwlui./ Drie Veerenaars, twee Nassaului./ Drie Middelburgers, twee kooplui./ Drie Vlissingers, twee strooplui.’
Wijselijk zwijgt hij over Souburg, anders waren die buste en die straat hem ontgaan.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.