Ik zou maar nergens op rekenen

coverfrancaHet is al de 21ste Week van het Zeeuwse Boek. Over traditie gesproken. Deze keer schreef Franca Treur het Geschenk, het boekje dat bij aankoop van minstens 15,- euro aan boeken cadeau wordt gedaan in de Zeeuwse boekhandels. Ze bundelde vier korte verhalen, waar je als Zeeuwse lezer best heel tevreden mee mag zijn. Alsof je heel kort bij Franca treur op bezoek bent.

 

 

WeekvanhetZeeuwseBoek_logo2015_LC_zwartPZC van woensdag 28 oktober 2015

Aan de heidenen overgeleverd

Franca Treur is dit jaar de auteur van het Geschenk van de Week van het Zeeuwse Boek

door Jan van Damme
In Zeeland blijft Franca Treur (1979) vooral de schrijfster van het boek over de dorsvloer vol confetti. De schuur waar die dorsvloer te vinden is, bij Meliskerke, brandde afgelopen jaar af. Maar we hebben het boek nog. En de verfilming daarvan. Speciaal voor de Week van het Zeeuwse Boek bundelde ze vier korte verhalen in het geschenk, dat de komende tien dagen onder de titel Ik zou maar nergens op rekenen cadeau wordt gedaan in de Zeeuwse boekhandels.
Zelf vat ze de inhoud van het geschenk zo samen: ,,Eén verhaal gaat over een Brabants echtpaar dat op vakantie is in Zeeuws- Vlaanderen en daar een konijn uit zijn lijden probeert te verlossen, een over een zoon van een militair die zijn vader postuum wil eren voor het feit dat hij in mei 1940 met succes de Afsluitdijk heeft verdedigd, een over een marinier die terugkomt van zijn missie in Afghanistan en een over een illegale zwarte man die in een oud brugwachtershuisje woont en dat huisje opeens moet delen met een vrouw die er ook recht op meent te hebben.”

Waar ontstaat bij jou een verhaal, hoe gaat het denkproces in zijn werk, of is het intuïtie en zie je wel waar het schip al dan niet strandt?
,,Een verhaal kan overal beginnen. Bij een idee, een personage, een observatie. Het eerste verhaal ontstond toen ik in de schemering door de duinen fietste aan de West-Zeeuws-Vlaamse kust. Bij het eerste konijn voelde ik me vereerd dat hij zich aan mij durfde
laten zien, tientallen konijnen later ging ik ineens aan jagers denken. Het verhaal over de nagedachtenis van een gedenkwaardig militair ontstond toen ik nadacht over nieuws en over hoe de actualiteit je voortdurend dwingt om plannen bij te stellen. Journalisten zijn dat gewend, maar wat als je iemand bent met enorme controlezucht? Het verhaal van de marinier ontstond bij het personage. Een vriend van mijn broer diende als marinier in Afghanistan en kwam daarna weer terug naar zijn geboortedorp. Ik was razend benieuwd naar die overgang, de terugkeer naar het gewone burgerbestaan na zo’n spectaculair leven. Het personage heeft overigens een heel ander karakter dan de ex-marinier die ik sprak, ik wilde iemand die met een heel concreet en duidelijk doel het leger is ingegaan. Dat fascineert me, mensen die heel precies weten wat ze willen. Omdat het leven meestal niet volgens plan verloopt. Dit verhaal wordt nog vervolgd. De zwarte man in het brugwachtershuisje is bedacht op de plek waar het verhaal zich afspeelt, de Scharrebiersluis. Een heel mooi stukje Amsterdam vind ik dat. In dat huisje heb ik een dag lang geschreven. Ik heb nog nooit zo’n rare schrijfdag gehad. Voor het eerst sinds jaren waren de luiken van dat huisje open, en de hele buurt kwam door de ramen gluren om te zien wat ik daar deed.”

Voel jij je een Zeeuwse schrijver?
,,Ik voel me een Zeeuwse schrijver door mijn eerste boek. Zou ik niet over Zeeland geschreven hebben, dan was het denk ik wel anders geweest, ook omdat mensen dan anders op mij zouden hebben gereageerd. Mijn Zeeuwse roots voelen tegelijkertijd heel werkelijk en heel willekeurig. Als je het idee hebt dat je het leven leidt waarvoor je heel bewust hebt gekozen, is het vreemd om zo’n toevalligheid waaraan je niets heb bijgedragen een grote plaats te geven in het denken over jezelf. Tegelijkertijd besef ik heel goed hoeveel geluk ik heb gehad met mijn Zeeuwse/Nederlandse/Westerse roots. Het leven is zoveel moeilijker als je geboren wordt in een niet-blanke familie en of op een plek waar het niet veilig is.’’

Korte verhalen vragen een andere aanpak dan een roman. Heb je voorkeur voor het een of het ander, kun je een kort verhaal schrijven terwijl je aan roman bezig bent?
,,Het is soms heel fijn om aan een kort verhaal te werken, terwijl er ook een roman in de steigers staat. Je kan er dingen in kwijt die niet in je roman passen, maar je wel bezighouden. Het is een totaal andere manier van schrijven, van informatie verdelen, van een personage introduceren. Elke lengte brengt een heel andere vorm mee. Soms wordt een verhaal per ongeluk veel langer dan je had gedacht. Als dat gebeurt, moet je heel veel herschrijven, omdat de timing niet meer klopt. Het is een puzzel waar je aan het eind met een heleboel verkeerde stukjes blijft zitten, omdat je aan het begin ergens een fout hebt gemaakt. Ik werk<NO1>nderdaad<NO> zonder plan, ook bij een kort verhaal. De concentratie breng ik alleen op als ik daadwerkelijk aan het typen ben. Dan ontstaat er pas iets.’’

De algemene deler in de verhalen is, in jouw woorden: ‘ze gaan over mensen met plannen of verlangens, die zich echter moeten schikken naar de ideeën en plannen van anderen’. Mensen die moeten schikken, maar ze doen dat wel met verve… Is Franca iemand die zich met verve schikt?
,,Há! Iets kan toch een fascinatie zijn, zonder dat het meteen een autobiografisch gegeven is? Maar het is waar dat ‘schikken’ ook een onderwerp is in mijn leven. Als schrijver breng je iets de wereld in, en vervolgens ben je aan de heidenen overgeleverd.’’

We mogen niet te veel over de verhalen verklappen. Maar: ben jij op een boerderij opgegroeid met leven en ook dood van dieren. Kun jij een konijn slachten?
,,Toen ik een jaar of negen was, heb ik twee Lotharingers vetgemest voor de slacht. Ik zorgde er heel goed voor, omdat ik wilde dat ze veel zouden wegen met de kerst, zonder er veel mee bezig te zijn dat ze opgegeten zouden worden. Pas toen ik ze wegbracht en van een vreemde man het geld kreeg, samen met het compliment dat ze veel wogen, voelde ik me er raar over. Een soort Judas die zijn zilverstukken krijgt. Dat gevoel is er meteen weer als ik eraan denk. Ik slacht niet zelf. Ik dood alleen vliegen en muggen, afgezien van alles wat ik plet als ik op een bankje zit of op een bospaadje loop. Weet je wat trouwens erg is? Over een natte weg vol naaktslakken fietsen.’’

In het tweede verhaal komen de media aan bod. Kranten gaan voor sensatie, de cameraman zoomt in op de traan. Hoe sta jij tegenover publiciteit?
,,De man in dat verhaal wil zijn vader aan de vergetelheid onttrekken. Dat is een andere agenda dan die van de journalisten, en dat botst. Ikzelf heb nooit een agenda, en zeg dan ook regelmatig dingen waar ik later spijt van krijg.’’

Is dit boek een voorbode van nieuw werk? Wat kunnen we verwachten de komende tijd?,,Zoals ik zei is dat verhaal over Stan onderdeel van iets groters, maar op dit moment werk ik aan een novelle die er tussendoor is gekomen. Komend voorjaar verschijnt X&Y met heel korte verhaaltjes, vaak maar een halve bladzijde lang. NRC-lezers hebben al kennis kunnen maken met de serie X&Y. Ze moesten daarvoor de krant omdraaien, weg van de actualiteit, de oorlogen en de vuile spelletjes, naar de achterpagina, waar al die oorlogen en vuile spelletjes ook plaatsvinden, maar dan binnen families en vriendenkringen. Die kleine verhaaltjes worden nu gebundeld, samen met de prachtige tekeningen van Olivia Ettema. Intussen denk ik alweer over een nieuwe serie. Die korte stukjes bevallen me erg.’’

Franca Treur: Ik zou maar nergens op rekenen – Geschenk tijdens de Week van het Zeeuwse Boek, gratis in de Zeeuwse boekhandels bij aankoop van 15,- euro aan boeken.

Dit bericht is geplaatst in Boekenweek met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *