Truien bij de vleet

truienbijdevleetOver de klederdrachten maken we ons al tientallen jaren druk. Bevelandse, Walcherse, Cadzandse dracht, doordeweeks en zondags, katholiek en protestant. De Zeeuwse drachten werden tot circa 1955 op ruime schaal gedragen. Die dracht was bestemd voor de ‘landrotten’. Vissers hadden hun eigen tenue. Wezenlijk, misschien wel het belangrijkste onderdeel daarvan was de visserstrui. Tussen 1880 en 1955 was dat het kenmerkende kledingstuk voor die beroepsgroep. Anja Geldof en Stefanie Huibregtse reisden naar de twaalf vissersplaatsen in Zeeland om verhalen en patronen van visserstruien op te sporen. Ze bundelden hun verslag in Truien bij de vleet.

 PZC van vrijdag 3 juli 2015

Visserstrui is terug van wegeweest

De mussen vallen van het dak. Toch moeten we het over truien hebben. Visserstruien, wel te verstaan.

door Jan van Damme

de schipperstruienbreidsters.....j v damme

Stefanie Huibregtse (l) en Anja Geldof foto Ruben Oreel

Anja Geldof (49) en Stefanie Huibregtse (50) kenden elkaar als kleuters in Domburg. Vervolgens verloren ze elkaar zo’n veertig jaar uit het oog. Tot vier jaar geleden. Toen kwamen ze elkaar op internet tegen in hun zoektocht naar oud textiel. Allebei waren ze van jongs af aan gek van handwerken: Anja leerde op haar vijfde breien van haar oma, Stefanie spaarde voor een spinnewiel toen al haar leeftijdsgenoten geld opzij legden voor een brommer. Van het één kwam het ander. Nu zijn ze de trotse auteurs van een rijk geïllustreerd hardcover-boek over Zeeuwse visserstruien.
De Zeeuwse visserstrui, is dat een onderwerp voor een boek dan? Het antwoord op die vraag luidt bijna 170 pagina’s lang zeer bevestigend. Als lezer kom je te weten dat de trui van pakweg 1880 tot 1955 bij uitstek de dracht van vissers was. Boeren en buitenlui gingen toen nog in hun traditionele dracht over straat, met boerenkiel en oorijzers. De vissers droegen truien. Daar waren redenen voor. Een gebreide trui sluit nauw om het lichaam, zodat je aan boord minder kans loopt ergens achter te blijven haken. In die jaren beheersten alle vissersvrouwen de techniek om met vier naalden een trui op te breien tot de oksels, er dan een spie in te zetten voor de bewegingsvrijheid, en dan het geheel bij de schouders weer bij elkaar te brengen.
In de literatuur over vissers en hun kleding wordt steeds van een beperkt aantal truien in Zeeland gesproken. Na een uitvoerige speurtocht, die in het boek als leidraad dient, komen de schrijfsters tot de conclusie dat er drie Zeeuwse truien bewaard zijn gebleven: in Tholen, Arnemuiden en Veere. Niet zo vreemd als het lijkt, de truien waren werkgoed en hadden daardoor niet veel waarde. Toen ze in onbruik raakten werden ze uitgehaald of – vervilt en wel – als zwabberdoek gebruikt.
De fysieke trui was slechts één onderdeel van de zoektocht. Minstens zo belangrijk was het aan de hand van oude foto’s opsporen van breipatronen. Dat is in ruime mate gelukt. Van elk vissersdorp werden patronen boven water gehaald, dertig in totaal. Daarvan zijn er inmiddels 25 nagebreid. In het boek is een breed scala aan patronen opgenomen. Wie de pennen kan hanteren, helpt zo mee aan het levend houden van een stuk erfgoed.

Anja Geldof en Stefanie Huibregtse: Truien bij de vleet. Zeeuwse visserstruien in verhalen en patronen – Uitgave Stichting Zeeuwse Visserstruien, 168 pagina’s, hardcover, 24,95 euro.

Bestel: Truien bij de vleet

Dit bericht is geplaatst in Klederdracht, Visserij met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *