Een taart in het prikkeldraad

001Middelburger Johan Sinke (1940) is fotograaf en muzikant. Dat lijkt me een mooie combinatie. Johan Sinke wil ook schrijver zijn. Dat kan hij beter niet willen. Hij schrijft onprettige, stroperige boeken. Afgelopen week verscheen zijn vierde: Een taart in het prikkeldraad. Een roman over een Middelburgs revuegezelschapje tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gelardeerd met jeugdherinneringen, laat de schrijver her en der weten. Als het om herinneringen aan de bezettingsjaren gaat moeten het wel hele vroege zijn.

Misschien heeft de schrijver het zelf niet in de gaten. Als ik in zijn boek lees, kom ik veel liefdeloosheid tegen. Vlak en hard zijn de personages. Dom ook nog. Een voorbeeld. Peerke de Vlaming runt een ‘morsig logement’. Zijn vrouw Bella is ziek, ‘bedlegerig’ (pagina 19 en verder). Stien is een schoonmaakster, die het niet zo nauw met de zeden neemt. Peerke scharrelt met Stien, uiteraard. In het proza van Sinke (pag. 20): ,,Als die Stien nou maar vlug kwam konden ze nog net even van bil gaan (…).”

Wat stoort is het grote aantal herhalingen in het verhaal. Een scène, met de genoemde personages, op pagina 21, let u maar niet op klaaglijk en klagend: ,,In de kamer achter de gelagkamer klinkt nu een klaaglijke stem, dat is Bella: ‘Laat Stien als ze seffens klaar is, eens even komen’, roept ze klagend. Bella heeft de stem van Stien herkend en wil haar blijkbaar iets vragen. ‘Ja, dat is goed hoor, ik kom straks wel even’, roept Stien naar achter. Ze houdt de boot een beetje af, want ze wil eerst haar werk doen en komt trouwens niet zo graag bij Bella in die kamer. Net of ze zich dan toch een beetje schuldig voelt. Niet dat ze zich ook maar iets aantrekt van de echtgenotes van de mannen die zij en meestal met succes probeert te verleiden nee, dat zeker niet. Maar bij Bella ligt dat anders, daar moet je toch medelijden mee hebben. Het is een stakker en ze heeft toch al niet zo’n fijn leven achter het gordijn in dat ledikant.”

Op pagina 22 gaat Stien naast het bed van Bella zitten: ,,’Wat is er?’ vraagt ze nogal schuchter, maar toch ook een beetje bits, want ze voelt zich altijd opgelaten als ze aan dat bed zit en weet zich slecht een houding te geven. Per slot van rekening bedondert ze Bella met haar man Peerke en daar heeft ze soms, bij hoge uitzondering, wel wroeging van. Niet zozeer omdat ze met Peerke vrijt, nee daar heeft ze schijt aan, maar omdat Bella zo zielig is en geen enkel verzetje of afleiding heeft. Ze komt bijna nooit meer uit bed en moet haast met alles geholpen worden.”

Deze scène wordt afgesloten met een karakterisering van Stien: ,,Haar leven is nu eenmaal even leeg als haar hoofd.”

Sinke heeft niet het vermogen om te bedenken dat de lezer zelf ook wel eens een conclusie kan trekken. Dat bedlegerig betekent dat je niet uit je bed kan komen, dat je met alles moet worden geholpen. Dat bits en schuchter niet samengaan. Dat soms en bij hoge uitzondering ook slecht combineren. Dat van bil gaan en ergens schijt aan hebben lelijke uitdrukkingen zijn, die je misschien in een citaat gebruikt maar niet in je beschrijvingen.

Op pagina 177 en 178 is Stien met haar vriendin Jans in de weer bij een Duitse officier. De twee vrouwen zijn sletten, in het jargon van Sinke, en dat probeert hij op een werkelijk onsmakelijke manier duidelijk te maken.

De taart in het prikkeldraad is op pagina 126 te vinden, als er over het aangeven van joden wordt verteld. Een dronken bende steelt een taart uit een bakkerswinkel. Even later: ,,Nou een van ons liep nog steeds met een stuk van die rot taart. Maar omdat niemand meer wilde moest hij de rest kwijt. Dus wat doet die gast? Hij sodemietert het zo langs de kant van de straat. Het kwam pardoes in het prikkeldraad terecht zeg! De hele rotzooi van room, of wat er dan ook voor door moest gaan droop langs die draad naar beneden. Dat was een krankzinnig gezicht en gelachen dat we hebben.”

Goed, tot zover. Ik heb het boek niet uitgelezen, omdat ik er gedeprimeerd van word.

Voor iedereen die wil doorzetten of zelfs geïnteresseerd is geraakt, nog een wervende zin van de cover: ,,Een spannend boek met de sfeer van die bange dagen in ’40/’45. Ouderen zullen veel in het boek herkennen en voor jongeren is het leerzaam te lezen hoe de toestand toen was.”

Johan Sinke: Een taart in het prikkeldraad – Uitgeverij Boekscout, 266 pagina’s, 20,35 euro.

Dit bericht is geplaatst in Proza met de tags . Bookmark de permalink.

Één reactie op Een taart in het prikkeldraad

  1. Andre van Schaik, Bangkok, Thailand schreef:

    Dit is verschrikkelijk!!!
    Wanneer je iemand zo naar beneden haalt moet je wel de pesthekel aan die persoon hebben?
    Doch Jan van Damme heeft wel een beetje gelijk in zijn kritiek op de schrijfstijl van Johan Sinke.
    Inderdaad stroperig, niet boeiend en wars van elke spitsvondigheid. De personages worden hard en liefdeloos neergezet
    Stropwrig zoals de schrijver zelf ook een beetje is. Zeker niet boeiend!
    De personages worden inderdaad vlak en hard neergezet,
    Schoenmaker blijf bij je leest.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *